Massaontslag

Driss Tafersiti kwam als jonge Marokkaanse gastarbeider naar Nederland. Hij bleef. Wekelijks feuilleton over zijn belevenissen.

Het was ver na middernacht en ik kon niet in slaap vallen. Over een paar uur zou mijn wekker gaan en moest ik op het werk verschijnen.

„Driss, waarom slaap je niet?” kreunde Jolanda.

„Ik ben aan het nadenken”, zei ik.

„Kan dat niet morgen?”

„Wat moet ik doen als ik ontslagen word?”

„De zee zit vol met vis dus ontslagen worden zal je niet”, zei Jolanda, vlak voordat ze weer in slaap viel.

Op televisie sprak men over massaontslagen. Zelfs meneer Tielemans was na meer dan dertig jaar zonder pardon aan de kant gezet. Waarom zou hetzelfde niet met mij gebeuren? Het gesprek dat ik tijdens de afscheidsreceptie van meneer Tielemans opving voorspelde weinig goeds: „Die Turken vliegen er binnenkort massaal uit”, had iemand gezegd.

Ik had nog steeds mijn ogen open toen de wekker ging. Voor de eerste keer vergat ik Jolanda even in mijn armen te nemen en te kussen voordat ik uit bed stapte. Uitgeput ging ik naar de haven. De kantine zat vol. Normaal was het een plek waar op dit tijdstip vieze moppen werden getapt en iedereen in zijn moerstaal de laatste nieuwtjes doornam. Nu heerste er een grafstemming.

Ik ging met mijn bekertje koffie bij Mustapha en Kemal zitten en vroeg wat er aan de hand was. „We moeten ons hier verzamelen van de directie, maar niemand niet weet waarom”, zei Mustapha. „Wat het ook is, het kan nooit goed nieuws zijn.” Even later kwamen twee mannen de kantine binnen. Eén van hen had ik eerder gezien. Hij was van de directie. De ander had ik niet eerder gezien. Hij klom op een stoel en vroeg onze aandacht. „Goedemorgen mannen, mijn naam is Dirk Steen. Jullie kennen mij waarschijnlijk niet, maar ik ben sinds een week hoofd personeelszaken. In die hoedanigheid moet ik jullie helaas somber nieuws mededelen. Zoals jullie allemaal wel weten verkeert het land in moeilijke economische tijden. Er moeten pijnlijke en ingrijpende beslissingen genomen worden om onze industrie gezond te houden. Ook in de haven ontkomen wij hier niet aan. Ik zal er niet omheen draaien; er zullen ontslagen vallen. Dit is niet de plek om er in detail op in te gaan. De mensen die het betreft zullen in de loop van deze dag uitgenodigd worden voor een persoonlijk gesprek om de ontslagprocedure door te nemen.”

De man was nog niet van de stoel gestapt of er klonk rumoer. Iedereen riep door elkaar. Ik geloofde niet wat er gebeurde. Ik dacht dat ik droomde en dat dit een voorzetting was van mijn gepieker van de afgelopen nacht. Mustapha stootte mij aan en zei: „Begrijp ik het goed? Hebben ze echt iemand aangenomen om ons te ontslaan?”

De bom was gebarsten. Men weigerde aan het werk te gaan en bleef in de kantine zitten. Er werd geschreeuwd om uitleg en duidelijkheid. Eén van de voormannen probeerde zijn ploeg weer aan het werk te krijgen. „Waarom werken als ik misschien straks op straat sta?” zei een Turkse man. „Jullie waren hier opeens dus jullie kunnen ook zomaar weer weg”, antwoordde de voorman.

De sfeer in de kantine werd grimmig. Ik moest weg. Ik ging maar aan het werk, want de onzekerheid over mijn baan kon ik toch niet wegnemen met protest en geschreeuw. Ik stapelde de bakken met schol en zag hoe mijn collega’s één voor één werden weggeroepen. Ik bad tijdens het stapelen op een goede afloop. Maar vlak voor de lunch klonk ook mijn naam.

Driss Tafersiti