Kamer wrijft Gerda Verburg 'ijdeltuiterij' stevig in

De Kamer sprak vandaag over de omstreden glossy ‘Gerda’. Minister Verburg ging diep door het stof. „Dit is niet voor herhaling vatbaar.”

Zonder de bescherming van een coalitiemeerderheid had Gerda Verburg vandaag een lastige klus te klaren. De demissionair minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit moest zich met hulp van minister-president Balkenende in de Tweede Kamer verdedigen tegen een lawine van kritiek op de glossy Gerda – een uitgave in het kader van het 75-jarig bestaan van haar ministerie.

Voor het debat ging Verburg in een brief al diep door het stof. Het magazine – met coverfoto van Gerda in een stal, in leer en met zweep – kwam deze week uit en wordt in een oplage van 800.000 bijgevoegd bij de bladen Libelle, Margriet en Flair. Kosten: 405.000 euro. Ze wordt er in omschreven als minister van Leven, Nuchterheid en Verhalen. Ze mag haar verhaal doen in een kritiekloos interview, ze promoot de streekmarkt in haar woonplaats Woerden. Verburg erkent in de brief dat het blad het beeld oproept dat ze zich als persoon heeft willen profileren. „Ik betreur dat dit beeld is ontstaan.”

Dat was niet genoeg voor de Kamerleden, exclusief dan haar eigen CDA. „Dure ijdeltuiterij”, zei Marianne Thieme (Partij voor de Dieren). „Krijgen we ook een Jack of een JP”, vroeg Krista van Velzen (SP). „Hier is sprake van imagebuilding. Er komt meer dan 50 keer de naam Gerda in voor, en maar 12 keer LNV”, aldus Boris van der Ham (D66). „De glossy Gerda, mede mogelijk gemaakt door de belastingbetaler”, zei Ineke van Gent (GroenLinks).

De oppositie zag met enige spanning uit naar de opstelling van ex-coalitiepartner PvdA. Harm Evert Waalkens ging er hard in. Het blad was „een flagrante overtreding van de regels”, zei hij. Die regels stellen, zo blijkt uit de Uitgangspunten Overheidscommunicatie van de Rijksvoorlichtingsdienst: „Overheidscommunicatie dient over beleid en organisatie te gaan en wordt niet gericht op persoonlijke ‘imagebuilding’ van bewindspersonen en andere overheidsfunctionarissen.” In verkiezingstijd, maar zeker ook daarbuiten, mag een ministerie volgens Waalkens niet aan persoonsverheerlijking doen. „Dat past niet in een democratie. Dan hebben oppositiepartijen geen kans.”

Haar eigen partij, het CDA, deed het wat luchtiger af. Joop Atsma zei kortaf dat de minister een inschattingsfout heeft gemaakt, dat zij dat erkent en dat dat dan maar een les voor de toekomst moet zijn. Enkele partijen wilden de kosten verhalen op het CDA, maar dat wees Atsma als „onzinnig” van de hand. „Dit is geen CDA-propaganda. Dat werp ik verre van mij.”

Om de Kamer tevreden te stellen erkenden Verburg en Balkenende volmondig de gemaakte fouten. „Ik heb integer en authentiek keuzes gemaakt. Maar dit is niet voor herhaling vatbaar.” Het was allemaal bedoeld als „een vette knipoog”. Balkenende zei het zo: „Persoonlijke profilering kan en mag geen doel zijn van overheidscommunicatie”. Het blad had besproken moeten worden in de voorlichtingsraad – een gremium met alle directeuren-voorlichting van de ministeries. Balkenende beklemtoonde wel dat hij een onderscheid maakte tussen de vormgeving en de naam, en de inhoud van het blad. „Ik twijfel niet aan de intenties van het ministerie.” Verburg meldde ook nog dat er een half miljoen wordt betaald aan dagje Efteling voor 18.000 medewerkers en hun gezinsleden.

Een meerderheid van PvdA, VVD, GroenLinks, D66 en de Partij voor de Dieren diende een motie van treurnis in. Voor deze mildere vorm van een motie van afkeuring werd onder meer gekozen omdat de minister toch al demissionair is. Het debat was nog gaande toen deze krant naar de drukker ging. Maar in feite was de uitkomst duidelijk. Zo zei SP’er Krista van Velzen: „De minister heeft een knipoog willen uitdelen, maar een pijnlijk blauw oog opgelopen.”