Gallo hanteert haar bas als een furie

Wereldmuziek. Van Merwijks Music Machine met Manou Gallo. Gehoord: 10/3, WMDC. Herh: 11/3 BIM Huis, Amsterdam. Tournee t/m 20/3. ***

Werelddrummer Lucas van Merwijk kon zich er oprecht over verbazen. „Zo’n vrouw als Manou Gallo zit daar in Brussel. Ze speelt fantastisch en niemand doet er iets mee.” Daar had hij geen woord te veel aan gezegd. In het Rotterdamse WMDC hanteerde ze haar vijfsnarige basgitaar als een furie, en vormde zo met Van Merwijk en de Senegalese slagwerker Aly N’Diaye Rose een ritmische krachtcentrale. Het drietal was de spil in dit concert, onderdeel van een Nederlandse tournee deze maand van Gallo met Van Merwijks Music Machine.

Aan haar spel was te merken dat Gallo ooit begon op percussie, ongebruikelijk in haar geboorteland Ivoorkust, waar drummen voorbehouden is aan mannen. Vliegensvlug bewoog ze haar vingers over de snaren. Een soepele lijn kon abrupt omslaan in een onstuimig funkplukken, waarbij ze de snaren vinnig tegen de hals liet slaan. Met de twee slagwerkers, die elkaar aanvulden alsof ze muzikale dubbelgangers waren, vlocht ze samengestelde ritmes. Die klonken bedrieglijk eenvoudig, maar waren verbazingwekkend complex: vol accenten, tikjes en roffels.

Tegen deze briljante ritmiek legden gitarist Ed Verhoeff en toetsenspeler Marc Bischoff het wel een beetje af. Ze speelden vooral functioneel. Mooi ronkende akkoorden uit het keyboard hier, hoog oplopende gitaarsolo daar.

Daarbij was Gallo’s zang niet haar sterkste kant. Haar stem was aanzienlijk minder expressief dan haar basspel. Verrassend was een solonummer waarin Gallo zichzelf steeds opnieuw samplede. Eerst een aantal lagen pymeeënzang waarbij ze gezongen noten afwisselde met een toon geblazen op een buisje, vervolgens een vlechtwerk van human beatbox en korte melodietjes. Zo vormde ze een koor waar ze een extra laag overheen zong. Warm, als een voorbode van het langverwachte voorjaar.