'Dirigeren is een intimiderend vak'

Bij het Koninklijk Concertgebouworkest debuteert deze week de Chinese dirigente Xian Zhang. „Pas later realiseerde ik me: ik ben een rariteit.”

Nog steeds zijn ze, zeker op internationaal topniveau, een zeldzaam verschijnsel: vrouwelijke dirigenten. Vanavond en morgenavond maakt de jonge Chinese dirigente Xian Zhang haar debuut bij het Koninklijk Concertgebouworkest. Marin Alsop was daar vier jaar geleden de allereerste in de historie van het orkest, Zhang is dus de tweede in de rij. „Die ‘zeldzaamheid’ had ik gelukkig zelf lang niet door”, lacht Zhang (36). „In China richtte ik me eerst op mijn pianostudie. Maar mijn lerares vond dat ik voor een grote toekomst te kleine handen had. Zij dirigeerde zelf en raadde mij aan om óók daarop over te schakelen.”

Aan het conservatorium van Beijing had Zhang directieles van twee leraren – beiden vrouw. Haar medestudenten: drie meisjes en één jongen. „Dat was ook voor Chinese begrippen atypisch, hoor”, nuanceert ze. „Ik wist natuurlijk best dat meestal mannen dirigeren. Maar pas toen ik in de Verenigde Staten aan het werk ging, realiseerde ik me ten volle: ik ben een rariteit.”

Zhang was vorige maand in Den Haag voor een reeks zeer succesvolle concerten bij het Residentie Orkest. Haar Nederlandse debuut maakte ze anderhalf jaar geleden al, in Rotterdam. Bij het Concertgebouworkest leidt ze vanavond een bont programma met werk van Prokofjev, Strauss, Adès en Stravinsky. „Modern repertoire was voor mij een van de redenen om uit te wijken naar de Verenigde Staten”, zegt Zhang.

Een cultuurschok van de ergste soort, noemt ze de overgang. „Het eerste jaar overleefde ik nauwelijks – en dat overdrijf ik niet. In China hield het repertoire op bij 1950. Op één symfonie uit het ijzeren repertoire studeerden wij daar een maand, en daarbij werd dan ook zeer precies betrokken welke handgebaren het beste zouden zijn. In de Verenigde Staten gooide de leraar in één keer tien symfonieën in mijn schoot, en die moest ik dan zien te leren.

Zhang won in 2002 de eerste prijs op een dirigentenconcours, georganiseerd ter gelegenheid van het aantreden van Lorin Maazel als chef-dirigent van de New York Philharmonic. Zhang werd zijn assistent en in 2005 tweede dirigent.

„Van Maazel leerde ik dat het brein voor je hand uitwerkt”, zegt ze. „Heel zen, eigenlijk. Als je helder weet wat je wilt horen, zal de hand vanzelf die wens op het orkest projecteren. Over efficiency tijdens repetities was hij ook streng: tijd verliezen is als je werkt met veel mensen een slecht idee.

„Maar verder gelooft Maazel niet dat je dirigeren kunt leren. Als iemand talent heeft en de uit te voeren muziek goed kent, hoeft de hand niet geïnstrueerd te worden – vindt hij. Maar ik was stiekem toch blij dat ik die basistechnieken in China al had geleerd, haha.”

In Milaan is Zhang met ingang van dit seizoen chef-dirigent van het Orchestra Sinfonica di Milano Giuseppe Verdi – de vroegere thuisbasis van Riccardo Chailly. „Verrassend – zeker”, beaamt ze. „Ik debuteerde daar met een enorme buik, toen ik bijna moest bevallen van mijn zoon. Toch boden ze me de baan meteen aan, terwijl ze al zes jaar op zoek waren. Als het goed voelt, kan het snel gaan. En dan voelen orkestmanagers zich vaak ook wel gepusht om snel te handelen, omdat zij weten dat er meer orkesten zijn die zoeken naar een nieuwe chef-dirigent.”

Zhangs zelfvertrouwen is verfrissend nuchter. „Ik vind het prettig dat het niveau van mijn gastdirecties zowel in de Verenigde Staten als Europa steeds verder stijgt”, zegt ze, refererend aan toekomstige optredens met toporkesten als het Chicago Symphony, London Symphony Orchestra en de Wiener Symfoniker. Zenuwen? „Uiteindelijk is het allemaal een kwestie van ervaring en repertoire. Ik had zelf al heel vroeg een eigen koor; ideaal om in de luwte te leren hoe je de baas moet zijn.”

Dat vrouwen het dirigentenvak minder snel zouden kiezen omdat ze die leidende rol niet graag aannemen, zoals soms wordt veronderstelt, wuift Zhang weg. „Dat is echt onzin. Dirigeren is natuurlijk een intimiderend vak, maar dat heeft vooral met de werkdruk te maken. Aan een opera kun je een maand werken, maar in gewone concerten race je door het repertoire heen; elke week dien je weer andere muziek in detail te beheersen en met een orkest in te studeren.”

Opvallend: zowel de beroemdste vrouwelijke dirigent Marin Alsop als Zhang dragen mannenpakken en hebben korte kapsels. Zhang lacht. „Dat is gewoon omdat ik een praktisch type ben, echt niet omdat ik mijn vrouwelijkheid wil verdoezelen. Dirigeren is een heel fysiek vak en een broek en korte haren zitten lekkerder.”

Over twintig jaar staan er meer vrouwen voor orkesten – daarvan is ze overtuigd. „En sommigen met prachtige lang haar, zoals ook nu al! Het is slim dat Alsop een beurs heeft ingesteld voor vrouwelijke dirigenten. En je ziet sowieso ook al overal verbetering. De laatste prijswinnaar van de Solti Foundation was een vrouw en er zijn veel meer voorbeelden. Zelf probeer ik overal waar ik dirigeer een goede indruk achter te laten. Opdat mensen zien: het kan en het is eigenlijk niks bijzonders. Maar ik ervaar dat als een zware, drukkende verantwoordelijkheid. Ik moet het goede voorbeeld geven.”

Kon. Concertgebouworkest o.l.v. Xian Zhang, 11 en 12/3 Concertgebouw A’dam. (0900) 6718435