De wording van een doe-het-zelfterroriste

Chris de Stoop schreef een boek over de eerste westerse zelfmoordterroriste.

Voor de reconstructie van het leven van de 38-jarige Belgische ging hij naar Irak.

Op het bureau van Chris de Stoop ligt een horloge. Het is het horloge van Muriel Degauque, de eerste westerse zelfmoordterroriste die zich opblies in Irak. De Stoop schreef een boek over haar, Vrede zij met u zuster. Tijdens het schrijven keek hij regelmatig naar dat horloge.

Hoe komt een 38-jarige vrouw uit Charleroi, katholiek opgevoed, in een bomauto in Irak terecht? „Een zelfmoordaanslag blijft altijd iets onbegrijpelijks hebben”, zegt Chris de Stoop. Toch drong hij ongelooflijk diep door in de denk- en leefwereld van Muriel Degauque.

Hij heeft ook stapels met aantekeningen van haar. Degauque deed veel aan zelfstudie. Ze schreef pagina’s vol over vragen als ‘Wat is het paradijs?’. „Hier”, zegt de schrijver, „ruik hier eens aan deze papieren. Wierook en muskus. Zo rook het ook in haar appartement in Brussel.”

Het verhaal fascineerde hem vanaf het begin, zegt Chris de Stoop. Omdat het niet klopte. Degauque was vier jaar geleden wereldnieuws. Maar ze was ook snel weer vergeten. Het verhaal leek immers wel duidelijk. Degauque was na een huwelijk met een moslim bekeerd tot de islam.

Ze zou zich hebben laten rekruteren door een Belgische tak van Al-Qaeda. „En na een militaire training was ze als geharde jihadist ten strijde getrokken”, zegt De Stoop. „Maar van dat verhaal klopt dus helemaal niets.”

Met haar man reisde Muriel Degauque op goed geluk naar Syrië. Ze vonden er niemand die hen wilde rekruteren. Daarom reden ze zelf maar naar Irak, in hun eigen Mercedes. Doe-het-zelfterroristen noemt Chris de Stoop hen. Hij reisde hen achterna. De auto waarin Degauque zich opblies, bleek nog langs de kant van de weg te liggen.

De Stoop kwam in contact met vrienden van Degauque toen hij de rechtszaak bijwoonde tegen een aantal van hen. „Ik had eigenlijk gedacht dat iemand anders dit verhaal wel zou oppakken”, zegt hij. „Maar dat gebeurde niet. De eerste dag was er veel pers. De tweede dag was ik de enige reporter in de zaal. Ik kon gemakkelijk contact leggen met mensen uit haar omgeving. We rookten samen een sigaretje op het bordes van het justitiepaleis in Brussel.”

Vrede zij met u, zuster is non-fictie, maar het boek leest als een roman. De Stoop vertelt het verhaal vanuit het perspectief van Degauque en haar vrienden, die de Verenigde Staten als vijand zien. „Ik krijg nu wel het verwijt dat ik anti-Amerikaans ben”, zegt hij. „Maar dat is niet waar, ik kijk juist enorm op naar de Amerikaanse cultuur.”

Hij is een fan van Amerikaanse schrijvers/journalisten als Tom Wolfe en Truman Capote. Een van zijn voorbeelden was In Cold Blood, het boek dat Capote in de jaren zestig van de vorige eeuw schreef over de moord op een boer en zijn gezin in Kansas. Toch is het boek van de Chris de Stoop heel erg van deze tijd. Dat hij zo diep doordringt in de wereld van zijn hoofdpersonen is ook mogelijk dankzij afgetapte telefoongesprekken, sms’jes en chatsessies op internet.

Zo kan hij het laatste telefoontje van Muriel Degauque – ze is dan al in Irak – aan haar moeder letterlijk weergeven. En zo kan hij de absurde alledaagsheid van de moderne oorlog tonen. Vanuit het belegerde Falluja praten Belgische jihadstrijders via de webcam met de familie in Brussel.

Degauque en haar vrienden worden niet zo zeer gezocht door Al-Qaeda. Ze zijn zelf zoekende, in het leven. Als tiener had Muriel Degauque. veel vriendjes. Op haar zestiende werkte ze bij een bakker. Maar ze werd ontslagen omdat hij haar ervan verdacht geld uit de kassa te hebben gehaald. Nadat Degauques oudere broer was omgekomen bij een motorongeluk raakte ze aan de drugs. Ze deed ook een zelfmoordpoging.

Haar man Issam Goris is de zoon van een Marokkaanse danseres en een Belgische militair, die hij tot zijn grote frustratie nooit heeft gekend. Hij was portier bij een nachtclub en figurant in een B-film van de Belgische actieheld Jean-Claude Van Damme. Net als Degauque en hun vrienden beweegt hij zich aan de rafelranden van de maatschappij. De islam fungeert voor hen als reddingsboei.

Aan een van die vrienden, die ook naar Irak reisde maar terugkwam nadat hij een been had verloren, vroeg De Stoop waarom hij was gegaan. „Hij zei dat het een opportuniteit was. Hij was net ontslagen door zijn werkgever.” De jihad was een kans om iets positiefs te doen met zijn leven.

De Stoop ontdekte dat Degauque een zeldzame afwijking had, waardoor ze geen kinderen kon krijgen. Ze had geen baarmoeder. „Die kinderloosheid was een obsessie voor haar”, zegt De Stoop. Hij wil niet zeggen dat ze zich daarom maar heeft opgeblazen. Zo simpel is het niet, denkt hij. „Maar ik ben ervan overtuigd dat ze het niet zou hebben gedaan als ze kinderen had gehad.”

Aan het einde van zijn onderzoek ging De Stoop naar Irak. Een Amerikaanse commandant was „ongelooflijk behulpzaam”. Hij stuurde een half peloton van twintig man mee met de schrijver om getuigen van de aanslag te zoeken. „Op een gegeven moment vroegen ze of ik iemand wilde spreken. Ze liepen dwars door een tuin, trapten een deur in, en tien minuten later kwamen ze met een getuige. Ik was nogal beschaamd. De man werd bijna onder schot gehouden terwijl ik hem kon interviewen.”

Maar op andere momenten bleek dat de Amerikanen oprecht geïnteresseerd waren in het verhaal achter de mensen die hen aanvielen.

In Brussel was het relatief eenvoudig om in contact te komen met mensen uit de omgeving van Muriel Degauque. Maar echt makkelijk waren die gesprekken ook niet. „De muur van wantrouwen was enorm”, zegt De Stoop.

Hij schreef eerder boeken over vreemde of gevaarlijke milieus. Hij vestigde zijn naam met Ze zijn zo lief, meneer, over vrouwenhandel. „Aan al m’n vorige boeken heb ik contacten overgehouden”, zegt hij, „vriendschappen zelfs. Maar met de mensen uit dit boek heb ik nu geen contact meer. Het is zoals een van hen zei: we zitten niet meer op hetzelfde level.”

Chris de Stoop, Vrede met u, zuster, De Bezige Bij, € 19,90.