De onechtheid regeert

Van 1945 tot 1951 was Clement Attlee premier van Groot-Brittannië. Een bescheiden man – „hij heeft ook veel om bescheiden over te zijn”, zou Churchill van hem gezegd hebben – maar intussen had hij zijn flamboyantere collega’s flink onder de duim. Toen een reporter van de BBC hem eens, met een microfoon onder zijn neus, vroeg: „Heeft u iets tot de natie te zeggen?”, antwoordde hij: „Nee”, en liep weg.

Zijn voorganger (en opvolger), de al genoemde Churchill, werd eens aangeraden meer zijn oor te luisteren te leggen bij de onderkant van de samenleving – „to keep his ear close to the ground” – antwoordde hij dat de mensen het moeilijk zouden vinden op te zien naar leiders in zo’n houding.

Die anekdotes ontleen ik aan een column van John Kay in de Financial Times van 2 maart. Zulke antwoorden zullen de politieke leiders van vandaag niet meer geven, schrijft hij. Die zijn geobsedeerd door de media en het beeld dat die van hen geven. Zij leven, met andere woorden, in een virtuele samenleving, die hen dwingt zich anders voor te doen dan zij werkelijk zijn. Alleen de sterksten zijn daar onverschillig voor.

Het artikel van Kay verscheen de dag voordat er in Nederland gemeenteraadsverkiezingen werden gehouden. Niet dat hij enig verband legde tussen het een en het ander, maar ik zag wél enig verband. We hadden immers net een paar weken achter de rug waarin de politici zo vrolijk mogelijk probeerden over te komen bij het televisiekijkend publiek. Het lachen was niet van de lucht, en dat terwijl ’s lands toestand, die tot bezuinigingen van 35 miljard euro noopt, allerminst tot lachen uitnodigt.

De twee politici bij wie de lach niet van hun gezicht te vegen was, waren Bos en Rutte. Vooral bij de laatste is de lach het handelsmerk. Ik zie hem nog een paar jaar geleden met een brede lach, gearmd met Rita Verdonk, na de zoveelste verzoening binnenkomen. Die verzoening liep natuurlijk ook spaak. Sindsdien heb ik mijn geloof in zijn echtheid verloren. Zalm kon er trouwens ook wat van (hoewel het lachen hem de laatste tijd wel eens zal zijn vergaan).

Bos’ eeuwige grijns wekt ook mijn twijfel. Hij presteerde het zelfs lachend de nederlaag van de PvdA (min 674 zetels) om te toveren tot een overwinning (omdat zij minder groot was dan gevreesd was), en de mensen geloofden hem. In wat voor schijnwereld leven zij? Kan Bos niet een voorbeeld nemen aan zijn voorganger, Wim Kok, wiens gezag in partij en land het niet moest hebben van een voortdurend stralend voorkomen? En toch zaten we toen al in het televisietijdperk.

Het punt is dat we helemaal niet zitten te wachten op een vrolijke boodschap, maar op leiderschap. Churchill werd in 1940 ook niet door het Britse volk weggejaagd omdat hij het niet anders dan „bloed, zweet en tranen” kon beloven. Zou het nu wezenlijk anders zijn? De boodschap die Lubbers in 1982, een ander dieptepunt, te brengen had, was ook niet vrolijk, maar toch bleef hij twaalf jaar minister-president.

Nog vier jaar, en Balkenende breekt dat record. Het moet gezegd worden: na een tenenkrommende poging om popi te doen in een programma met twee seksbommen, heeft hij zich redelijk naar zijn uit de Zeeuwse klei getrokken aard gedragen. Het zou wel eens de verklaring van zijn succes –acht jaar premier– kunnen zijn. Hij is – wat je ook over zijn beleid kunt denken – vrij echt.

Maar een eresaluut verdient Agnes Kant. Die heeft nooit concessies gedaan aan de lachcultuur. Zelden verscheen er zelfs een glimlach op haar gezicht. Nee, ze keek bijna altijd boos. Is dat de verklaring van haar val? Van de SP had zij niet weg hoeven te gaan, maar zij nam de verantwoordelijkheid van de nederlaag van haar partij op zich. The honourable thing to do.

Is er dan geen tussenweg? Jawel, die bewandelt Femke Halsema: sterk in de zaak zelf, maar vriendelijk, beschaafd en gematigd in de voordracht. Daarbij intelligent, maar niet arrogant. Zij is mijn favoriete politicus (hoewel ik niet op haar stem). Een goede tweede is Bas van der Vlies van de SGP: die doet zich ook niet anders voor dan hij is: zeker van zijn zaak, kalm en vriendelijk. Zou het toeval zijn dat GroenLinks en SGP tot de winnaars van 3 maart behoorden (resp. 36 en 16 zetels)?

De grote overwinnaars waren natuurlijk Wilders en Pechtold. Nu is de eerste ook geen lachebek. Hij heeft meer iets van Agnes Kant, terwijl Pechtold, hoewel ook geen schateraar zoals Rutte, de anti-Wilders is, zoals Obama in 2008 de anti-Bush was. Wanneer het succes van de een afhankelijk is van de impopulariteit van de ander, dan is dat geen echte, maar een geleende basis.

Veel van het politieke debat speelt zich af in de praatprogramma’s van de televisie, en daar geldt – met Buitenhof als een van de gunstige uitzonderingen– dat het publiek geëntertaind moet worden. Dat heeft immers, vooral ’s avonds, geen zin in zware discussies. Dus moet er, ter wille van de kijkcijfers, gelachen worden. En de politici moeten, of ze willen of niet, daaraan meedoen.

Zo is er een virtuele wereld ontstaan, die invloed uitoefent op de werkelijke wereld. Die invloed gaat nog verder dan de lachcultuur. In Trouw van 6 maart zegt Henk te Velde, Leids hoogleraar vaderlandse geschiedenis: „Ik heb het nog nooit meegemaakt dat er om half tien ’s avonds een peiling wordt gegeven en dat iedereen daar vervolgens op reageert. Het leek of de peilingen de verkiezingen zelf waren.” Het is misschien niet, zoals koningin Beatrix eens over de pers zei, de leugen die regeert, maar de echtheid is het ook niet.

U kunt de auteur mailen via dezerdagen@nrc.nl of online reageren via nrc.nl/heldring.