De kwade geur van neonazi's

Gevels met swastika’s, doodsbedreigingen en een verdachte brand. Het garnizoensstadje Zossen kampt met aanwezigheid van rechts-extremisten.

De hakenkruisen zijn weer weggepoetst in Zossen. Voorlopig. En de met dikke viltstift geschreven haatuitingen ook. Maar het neonazisme in deze stad ten zuiden van Berlijn is nog niet weg. Zossen (17.000 inwoners) blijft hardnekkig in de kwade reuk van het rechts-extremisme staan.

Vier messing stoeptegeltjes – in het Duits Stolpersteine – met de namen van Alex, Charlotte, Felix en Gerda Falk erin gegroefd, zijn grondig schoongemaakt. Ze liggen voor de boekhandel aan de markt van Zossen. Tot hun deportatie in 1942 woonden deze vier Joodse Zossenaren in het pand waar nu de boekwinkel is gevestigd. Het gezin is in 1943 en ’44 in het Duitse concentratiekamp Auschwitz vermoord. Op 7 maart 2010 zijn de bescheiden klinkertjes die aan hun leven en dood herinneren met swastika’s beklad.

Neonazisme in Duitsland is niet nieuw, al blijft het een randverschijnsel. Ook in het oosten van het land, waar het rechts-extremisme een vaste maar beperkte plaats in samenleving en politiek heeft verworven. Numeriek en organisatorisch lijkt er weinig aan de hand. Neonazi’s voeren in stadjes als Zossen niet de boventoon en van een echte ordening in hun gelederen is nauwelijks sprake. En toch is de gemeenschap vervuld van de haat die zij waarschijnlijk hebben gezaaid.

Door een aantal recente gebeurtenissen heeft Zossen zichzelf in de hoek van het neonazisme gedreven, nog meer dan voorheen het geval was. In Duitsland, met zijn nationaal-socialistische verleden, roept zoiets emoties, woede en verdeeldheid op. Het heeft de lokale politiek kopschuw gemaakt en de Zossenaren zwijgzaam.

In de stad waren afgelopen weekeinde ineens hakenkruisen te zien; in totaal ongeveer dertig. Eerder was op het huis van Jörg Wanke ‘volksverrader’ en ‘links varken’ geschreven. Een eindje verderop stond op een muur: ‘Jörg Wanke sterft binnenkort. Zossen blijft bruin’. Op de winkel van Hagen Ludwig stond : ‘Hagen je sterft gauw’. Daaronder een hakenkruis.

Al jaren staat Zossen als een van de Oost-Duitse bolwerken van het neonazisme bekend. Het stadje is decennialang garnizoensplaats geweest; in de Pruisische tijd, onder Hitler en in de DDR-jaren. Om het rechts-extremisme tegenwicht te bieden openden Zossenaren Wanke en Ludwig vorig jaar het ‘Huis der Democratie’. Het was onderdeel van de campagne Zossen zeigt Gesicht, een burgerinitiatief tegen racisme en vreemdelingenhaat. Het Huis werd een centrum voor debat, toneel en muziek.

Zes weken geleden brandde het pand tot de grond toe af. Wie er nu gaat kijken, ziet de treurige resten van een initiatief dat de nek om is gedraaid. Het Huis der Democratie is in brand gestoken. „Het onderzoek richt zich tegen zes personen die deels gerekend kunnen worden tot ultrarechtse kringen”, zegt een politiewoordvoerder.

Na de brand volgden afgelopen weekend de hakenkruisen en de bedreigingen. Zossen komt niet tot rust. Commentaar van Jörg Wanke, de man achter het burgerinitiatief: „Het laat zien dat we dit niet alleen met politie en meer veiligheid kunnen oplossen. We moeten onderkennen dat Zossen een probleem heeft met rechts-radicalisme. En we moeten het politieke debat erover aangaan”.

Misschien zijn de uitlatingen van Wanke te polariserend, misschien is de politiek in Zossen te afwachtend. Feit lijkt dat de stad weinig trefzeker met z’n rechts-radicale uitwassen omgaat. Uiteraard veroordeelt burgemeester Michaela Schreiber de brandstichting, de hakenkruisen en bedreigingen scherp.

Tegelijk biedt het antwoord van het stadsbestuur op het neonazisme ruimte voor misinterpretaties. Enerzijds is er de afkeuring, anderzijds is er de vrees voor verdeeldheid onder de eigen burgers, van wie een aantal op de rechts-radicale partijen stemt of ermee sympathiseert. Het gevolg is een ogenschijnlijk defensief beleid dat actievoerders als Jörg Wanke te kijk kan zetten als nestbevuilers. In die zin staat Zossen model voor meer dorpen en kleine steden in het oosten van Duitsland.

Een vrouw op leeftijd die haar hond uitlaat, zegt dat Zossen een nette stad is, waar echt niet iedereen neonazi is. „Dat zou je kunnen denken als je de krant leest, maar de zaak wordt opgeblazen. Die brand was een incident. Hij is gesticht door iemand die niet van hier is”. En de hakenkruisen? „Dat heeft dezelfde idioot gedaan”.

De Zossener Rundschau, een lokale krant met kantoor tegenover de boekhandel, meldt dat sprake is van verschillende verdachten; dit in tegenstelling tot de ene mogelijke dader waarover de politie eerst sprak. Onder hen zouden ook Zossenaren zijn.

Op een kledingcontainer aan het einde van de Kirchstrasse, vlakbij het afgebrande huis van de democratie, staat in hanepoten: Zossen zeigt Arschgesicht. De s-en in Zossen zijn geschreven als de runentekens van Adolf Hitlers SS.

Zossen heeft zijn probleem nog lang niet opgelost.