Colorado Springs staat mooi te kijk

In Colorado Springs is de weerzin tegen belastingen zo groot dat er bezuinigd moet worden op straatverlichting.

Het politieke klimaat is er vergiftigd, burgers zijn bitter.

De avond is net gevallen over Colorado Springs, en raadslid Sean Paige vraagt of de Hollandse verslaggever naar Amanda’s Fonda kan komen. Een traditioneel Mexicaans restaurant in een buitenwijk, geen neonlicht op de gevel, lokaal geroemd om zijn pozole – hutspot van varkensvlees en gemalen mais.

Maar hoe kom je daar, dezer dagen? Niet alleen is ‘Amanda’s’ verscholen achter een rij ruige bomen, ook kun je op de weg waaraan het restaurant ligt bijna geen hand voor ogen zien. De straatverlichting is hier, op een enkel lantaarnpaaltje na, sinds anderhalve maand uitgeschakeld.

Een bezuiniging waarvan de Republikein Paige enorm veel spijt heeft. Het heeft Colorado Springs, ‘de conservatieve hoofdstad van de VS’, in eigen land te kijk gezet als een Republikeins bolwerk waar fanatici het lokale bestuur aan het uitbenen zijn. „O, man!” zegt Paige aan een wiebelend tafeltje. „Ik wou dat we dat domme besluit terug konden draaien.”

Het zal niet meer gaan, beaamt hij vlot, en dus blijven de meeste lantaarnpalen bij Amanda’s in elk geval tot de rest van dit jaar uitgeschakeld.

Officieel is ruim eenderde van de openbare verlichting getroffen door bezuinigingen. Maar omdat de binnenstad en bijzondere gebieden zijn uitgezonderd, is het aantal straatlichten in veel buitenwijken nu minstens gehalveerd.

Het is niet de enige drastische maatregel. Gedwongen door de uitkomst van een lokaal referendum, eind vorig jaar, heeft het stadsbestuur ook de politiehelikopters te koop gezet – op internet. En bijna alle zwembaden en musea zijn dicht. De bus rijdt alleen nog overdag, niet ’s avonds en in het weekeinde. Politie en brandweer bereiden ontslagen voor. In de 140 stadsparken wordt geen vuilnis meer opgehaald, ook geld voor irrigatie ontbreekt voor-taan: de prognose is dat de gazonnen in de zomer geel zullen uitslaan.

Over de oorzaken van het verval wordt verschillend gedacht. The Springs, zoals inwoners hun stad noemen, had het jarenlang voortreffelijk met zichzelf getroffen.

Hooggelegen aan de Rocky Mountains was het een gedroomde bestemming voor behoudende Amerikanen uit het oosten. De tegenhanger van het hedonistische Denver, een uur verderop: in The Springs draait het leven om God en het leger. De twee invloedrijkste evangelicals ten tijde van Bush hadden er hun hoofdkantoor – al kampen ook zij met problemen.

En het bestuurlijke klimaat is er al jaren vergiftigd: gematigde Republikeinen voeren een strijd op leven en dood met hun conservatieve opponenten. RINO’s (Republican In Name Only) versus compromisloze oer-conservatieven.

In dat klimaat trok Douglas Bruce (60) vorig jaar de macht naar zich toe. Een gezette oud-aanklager uit Los Angeles – ‘vrijheidsstrijder’ staat op zijn visitekaartje – die decennia geleden in booming Colorado in het vastgoed ging. Hij is ondernemer, activist en – volgens Sean Paige – een „ruw en onhebbelijk type”. Maar invloed kan hem niet ontzegd worden: in de jaren tachtig dwong hij een ‘Tax Payers Bill of Rights’ af – belastingen mogen alleen omhoog als kiezers daar expliciet mee instemmen.

„Ik vecht al mijn hele leven tegen het kwaad”, zegt Bruce. En het kwaad is de overheid. „Ik veracht collectivisme.”

Vijf jaar geleden voerde Colorado Springs twee heffingen in die volgens hem in strijd zijn met de anti-belastingwet. Tot zijn diepe weerzin legde het stadsbestuur de maatregelen nooit aan de kiezer voor. „Een heffing is geen belasting, zeiden ze. De idioten.”

Eind vorig jaar kwam het tot een ontlading. Om tegenvallende inkomsten wegens de recessie op te vangen vroeg het stadsbestuur de kiezer een belastingverhoging van tientallen miljoenen. Bruce voerde een felle anti-campagne, maakte het bestuur uit voor ‘pure slechteriken’ dan wel ‘socialisten’ – en won.

Mensen zijn woedend over de recessie, zegt Paige, en reageren dat in de VS nu eenmaal af op de overheid. „Bruce heeft dat vakkundig uitgespeeld.” Maar de stad zit met een reusachtig gat, en moet daarom naar eigen zeggen wel elementaire diensten schrappen.

Volgens Bruce is de afsluiting van straatverlichting een truc om kiezers te bestraffen. „De stad heeft een ziekenhuis. Laat ze dat verkopen.”

Sean Paige maakt zich vooral zorgen over de beeldvorming: alsof Colorado Springs in handen is van fundamentalisten. „Er gebeurt nog steeds veel goeds in deze stad.”

Al moet ook hij bekennen dat de bitterheid van burgers ongekend is. Voordat hij acht jaar geleden in de stad terechtkwam werkte hij jaren voor de conservatieve zaak in Washington – voor Congresleden, denktanks, The Washington Times. „Maar laatst werd ook ik op straat voor socialist uitgemaakt. Dan denk je wel even: huh?”

Hij hoopt dat het publiek volgend jaar, als een nieuw stadsbestuur wordt gekozen, alsnog begrijpt dat een beetje belastingverhoging nodig is om de ergste bezuinigingen – op de straatverlichting, de politie, de brandweer – ongedaan te maken.

Douglas Bruce heeft intussen een ander plan. Alleen als „het hele stadsbestuur eruit wordt gegooid”, is er hoop voor de stad. „Dan verkopen we alles, en beginnen gewoon opnieuw.”