Buitenlandcoördinator Ashton verdedigt beleid in EU-parlement

De EU-landen moeten ophouden aan hun „eigen kleine belangen” te denken in het buitenlands beleid van de EU. Ze moeten zich inspannen om „als collectief” sterker te worden. Dat zei de Hoge Vertegenwoordiger voor het Europees buitenlands beleid, Catherine Ashton, gisteren in een toespraak tot het Europees Parlement.

Ze reageerde scherp op de kritiek die er de afgelopen maanden was op haar functioneren: ze zou verkeerde beslissingen nemen in de reizen die ze onderneemt en ze zou niet daadkrachtig genoeg zijn in het opzetten van een eigen diplomatieke dienst.

Ashton noemde in het Europees Parlement op waar ze de afgelopen tijd was geweest – Washington, New York, Moskou, Haïti, Oekraïne, de Balkan – en ze zei dat ze langs Europese hoofdsteden was gegaan om eenheid tot stand te brengen in het buitenlands beleid, waar de EU-landen het nu vaak oneens over zijn.

Die verdeeldheid maakt dat de EU aan politieke invloed in de wereld verliest, aldus Ashton. „Als we samenwerken kunnen we onze belangen veiligstellen. Zo niet, dan laten we anderen de beslissingen nemen over ons.”

Over de diplomatieke dienst zei ze dat die „geografisch gezien” en wat betreft man-vrouwverdeling „representatief” moest zijn voor de EU – ze staat nu onder druk van de Europese Commissie en de EU-landen die zoveel mogelijk invloed willen hebben op de nieuwe dienst. Ze vond het een „verwarrende en gecompliceerde opdracht”. Ashton beloofde het parlement ook dat ze haar Frans en Duits gaat verbeteren. Want ook daar was kritiek op gekomen: ze was slecht in haar talen.