Zoek het zelf maar uit

Middelbare scholen vinden studiekeuze niet belangrijk genoeg, zeggen decanen.

Dure adviseurs bieden gesprekken waar zij geen tijd voor hebben.

Haar gymleraar moest Marleen ter Haar (18) uit Utrecht helpen de juiste studie te kiezen. Met de boekjes die ze van hem kreeg en het kwartiertje dat hij voor haar vrijmaakte, kwam de gymnasiaste er niet uit. Psychologie, pedagogische wetenschappen? „Ik wist het echt niet. Maar nooit kreeg ik persoonlijke begeleiding.”

Meer dan de helft van de middelbare scholieren is net als Marleen ter Haar ontevreden over de hulp die ze krijgen bij het kiezen van een opleiding. Ze vinden dat ze te veel zelf moeten uitzoeken, bleek uit de Keuzemonitor, een onderzoek van begin dit schooljaar onder 10.000 scholieren in opdracht van decanennetwerk DeDecaan.net.

Ook Ronald Plasterk maakte zich als minister van Onderwijs zorgen over gebrekkige begeleiding. Hij wil dat havo- en vwo-scholieren vaker in één keer de juiste studie kiezen, omdat uitval in het hoger onderwijs honderden miljoenen per jaar kost.

Enkele maanden geleden debatteerde hij met studenten, decanen en studievoorlichters uit het hoger onderwijs over studiekeuze. Hij hoorde de klachten gewillig aan, en grapte: „Ik snap echt niet dat er geen markt is voor mensen die ouders veel geld laten betalen om hun kind door te lichten.”

Maar, die markt is er wél. Wie honderden euro’s kan missen, kan intensieve ondersteuning bij de studiekeuze van dochter of zoon regelen. Zo volgt Marleen ter Haar nu een oriëntatietraject van de Hogeschool en Universiteit van Amsterdam, waar ze voor 1.750 euro – zonder recht op studiefinanciering – vijf maanden lang volledig bezig is met haar toekomst.

Ze heeft een persoonlijke coach en volgt daarnaast proefcolleges bij verschillende opleidingen. Ook de Saxion Hogeschool in Deventer, de Vrije Hogeschool in Driebergen en de Evangelische Hogeschool in Amersfoort bieden langdurige oriëntatiecursussen.

Een andere optie is begeleiding door een beroeps- of studiekeuzeadviseur buiten de school. Het Register Beroepskeuzeadviseurs telt er zo’n driehonderd, naast een onbekend aantal ongeregistreerde raadgevers. Een voorbeeld is De Studiekeuzecoach, met zes vestigingen, zo’n vijfhonderd cliënten per jaar en een tarief van 825 euro exclusief btw voor een volledig begeleidingstraject. „Wij bieden tijd en aandacht”, zegt coach Paula van Eijk.

Begeleiding door zo’n commerciële professional kan best nuttig zijn, vindt psycholoog Tom Luken, al jaren actief op het gebied van beroepskeuze en lector career development aan de Fontys Hogeschool. De coach voert – vaak na een test – het gesprek waar decanen geen tijd voor hebben. Jongeren kunnen zelf nog moeilijk bepalen hoe ze in elkaar zitten en doen in samenspraak zelfkennis op. Ook een oriëntatiejaar is volgens Luken een „uitstekend idee”. Het jeugdige brein kan de toekomst moeilijk overzien en heeft dus tijd nodig om in de praktijk te ontdekken wat het wil.

Onderzoeker Jules Warps concludeert in de Startmonitor 2009 – een landelijk onderzoek naar studiekeuze en studiesucces – dat scholieren hun keuze vooraf schriftelijk of mondeling moeten motiveren, opdat ze gedwongen zijn om goed na te denken. Dat kan ook buiten de school, erkent hij. „Maar ik vind dat het een onderdeel van de vooropleiding moet zijn. Je kunt niet verplichten dat scholieren de begeleiding zelf moeten betalen.”

Particulier studiekeuzeadvies is door de hoge prijzen een wat elitaire aangelegenheid, weten de adviseurs zelf. Veel meer jongeren kunnen hulp gebruiken, vaak zonder dat ze het zelf weten. Luken: „Ze klampen zich vast aan het idee dat ze dokter of piloot willen worden.” Daar zou iemand ongevraagd kritische vragen over moeten stellen: de schooldecaan.

Die heeft daarom meer armslag nodig, vindt Huub Bexkens, al 25 jaar decaan in Volendam en voorzitter van de Amsterdamse afdeling van decanenvereniging NVS-NVL. Collega’s krijgen vaak zo weinig tijd voor hun taak, dat hij denkt: „Jouw schoolleiding vindt het niet belangrijk waar leerlingen terechtkomen.”

Lector Tom Luken: „Scholen zijn niet zo gemotiveerd. Het gaat erom dat leerlingen hun diploma halen, ze zijn niet bezig met wat daarna komt.” Bovendien hebben decanen vaak een summiere opleiding. „Ze doen het er een beetje bij.”

Middelbare scholen zijn volgens het ministerie van Onderwijs verantwoordelijk voor een „warme overdracht” van leerlingen aan een vervolgstudie. Ze krijgen immers geld voor keuzebegeleiding, hoewel ze niet verplicht zijn dat ook daadwerkelijk daaraan te besteden.

Professionalisering is nodig. De VO-raad, koepel van besturen van middelbare scholen, stelde vorig jaar een stimuleringsplan op dat de begeleiding rond studiekeuze moet verbeteren. De raad gaat het belang daarvan extra benadrukken, een landelijke kwaliteitsstandaard opstellen, via internet kennis verspreiden en trainingen geven.

Maar Bexkens denkt dat alleen de Inspectie van het Onderwijs scholen kan dwingen om meer aandacht te schenken aan studiekeuzebegeleiding. Nu is dat geen criterium bij beoordeling van de onderwijskwaliteit.

De inspectie denkt wel na over een systeem dat leerlingen volgt van kleuterklas tot hoger onderwijs, meldt een inspectiewoordvoerder. Daarmee wordt uiteindelijk controleerbaar of middelbare scholen hun leerlingen goed afleveren.