Zelfstandigen krijgen plek in de SER

Zelfstandigen zonder personeel (zzp’ers) krijgen een zetel in de Sociaal-Economische Raad (SER). Met dank aan de werkgevers die een zetel beschikbaar stellen.

„Eindelijk erkenning”, zegt Esther Raats-Coster, voorzitter van het Platform Zelfstandige Ondernemers (PZO). Dit platform, gelieerd aan werkgeversorganisaties VNO-NCW en MKB Nederland, „maar onafhankelijk”, heeft als eerste belangenbehartiger van zzp’ers een plaats verworven binnen de SER, het overlegorgaan van de sociale partners.

Dat werd tijd ook, vindt Raats-Coster die de zetel de komende twee jaar zal bezetten. „De rol van zzp’ers op de arbeidsmarkt is de laatste jaren steeds groter geworden, maar binnen de SER was tot nu toe alleen plaats voor werknemers en werkgevers. Heel traditioneel.”

Volgens cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) zijn er ongeveer 650.000 zelfstandigen zonder personeel actief op de arbeidsmarkt. De laatste jaren is hun aantal explosief gestegen. Tegelijkertijd nam het aantal belangenverenigingen voor zelfstandigen snel toe. PZO, met 20.000 leden inmiddels de grootste vereniging voor zelfstandigen, werd in 2002 opgericht en houdt kantoor in de Malietoren, de thuisbasis van de werkgeversorganisaties in Den Haag.

Ook binnen de werknemersorganisaties zijn de afgelopen jaren speciale afdelingen en deelbonden opgericht voor zzp’ers, zoals FNV Zelfstandigen, maar een zetel in de SER lag tot nog toe niet binnen handbereik. Tot frustratie van Linde Gonggrijp, voorzitter van FNV Zelfstandigen, die begin dit jaar in deze krant nog een pleidooi hield voor een zzp-zetel in de SER, maar nul op rekest kreeg binnen de FNV.

Gonggrijp is blij met de zetel van PZO. „Het is natuurlijk hartstikke goed dat de zzp’ers nu een positie hebben binnen de SER.” Ze noemt het een „heel strategische en slimme zet” van de werkgevers om hun zetel af te staan aan de zzp’ers. „Het is voor ons heel jammer dat de FNV niet bereid is om hetzelfde te doen. Een gemiste kans.”

Dat de werkgeversorganisaties wél bereid zijn om een van hun zetels af te staan ten gunste van de zelfstandigen, is voor Raats-Coster van PZO niet heel verrassend. „Werkgevers hebben veel belang bij een stevige positie van zelfstandigen op de arbeidsmarkt. Ze huren ze tenslotte in, hebben ze nodig. Zelfstandigen leveren een belangrijke bijdrage aan bedrijven, vooral op het gebied van innovatie en ontwikkeling.”

De zzp’ers hebben overigens nog géén permanente eigen zetel. Daar is een wetswijziging voor nodig. „De werkgevers hebben op pragmatische wijze invulling gegeven aan de wens van de Tweede Kamer”, zegt Roel Masselink, secretaris van PZO. „Daar zijn wij heel blij mee, maar we streven uiteraard wel naar een vaste plek.”

Voor PZO-voorzitter Raats-Coster, zelf ook zzp’er sinds een paar jaar, is het verkrijgen van een vaste zetel een van de zaken die ze de komende periode wil regelen binnen de SER. „De Tweede Kamer dringt al langer aan op een vaste plek voor zzp’ers”, zegt ze, „Dus dat moet lukken. We zijn sowieso de knuffelbeer van de politiek geworden: men neemt ons serieus en we worden voortdurend gevraagd om advies. Het tij keert wat dat betreft: jarenlang werden zelfstandigen bijna genegeerd. Nu zijn we een factor van betekenis geworden naast de twee traditionele groepen op de arbeidsmarkt, de werknemers en de werkgevers.”

Raats-Coster wil haar positie in de SER de komende twee jaar vooral gebruiken om bestaande wetten en regels voor zelfstandigen aan te passen.

Zo pleit zij – net als de FNV overigens – voor een versoepeling van het urencriterium voor zelfstandigen. Nu moeten zzp’ers nog 1.225 uur draaien om in aanmerking te komen voor fiscale voordelen zoals de zelfstandigenaftrek. Door de crisis halen veel zelfstandigen dat aantal uren niet, waardoor ze dubbel in de problemen komen. „Wij willen dat de fiscus hier soepeler mee omgaat”, zegt Raats-Coster.

Ook gaat zij zich inzetten voor vernieuwing van de aanbestedingsregeling. „Het is voor zzp’ers vaak onmogelijk om in te tekenen voor een opdracht, zeker bij overheidsorganisaties, omdat je daarvoor aan allerlei criteria moet voldoen. Die criteria willen wij oprekken.”

Een steviger sociaal vangnet voor zelfstandigen, als het gaat om bijvoorbeeld arbeidsongeschiktheidsverzekeringen, is niet haar eerste prioriteit. „Dat is iets waar de FNV veel waarde aan hecht. Wij gaan ervan uit dat zelfstandigen heel goed voor zichzelf kunnen zorgen. Maar we willen wél zorgen dat de omstandigheden waarbinnen zij hun werk doen zo optimaal mogelijk zijn.”