Voorstel: Kamer wijst informateur aan

D66 en GroenLinks willen dat na de verkiezingen van 9 juni de Tweede Kamer een informateur of formateur aanwijst die een nieuwe regeringscoalitie gaat formeren. De koningin blijft dan wel die (in)formateur benoemen, maar zij zou dan niet meer het voortouw hebben. De Kamerleden Ineke van Gent (GroenLinks) en Boris van der Ham (D66) kondigen aan dat hun partijen dat na de verkiezingen aan de orde gaan stellen.

Diverse commissies bepleitten in het verleden een andere werkwijze, maar dat kwam nooit van de grond. In 1971 nam de Tweede Kamer de motie-Kolfschoten aan waarin werd uitgesproken dat het parlement in een openbaar debat een formateur voordraagt. Maar destijds lukte dat al niet, omdat het parlement niet tot een meerderheidsoordeel kwam. Sindsdien zijn wel de adviezen van de fracties aan de koningin openbaar.

Boris van der Ham wil dat het nu anders gaat. „Afgelopen jaren verschijnen lijsttrekkers na de verkiezingen wel op de tv en in kranten, maar lichten ze hun ideeën over nieuwe coalities niet toe in het parlement. En ze konden dus ook niet kritisch bevraagd worden door andere politici.” Hij vindt dat het aanwijzen van een informateur (die onderzoekt welke coalitie mogelijk is) of formateur (die daadwerkelijk het kabinet vormt) met een veelheid aan middelgrote partijen steeds meer een politieke beslissing is geworden.

CDA’er Jan Schinkelshoek laat weten dat de motie-Kolfschoten wat zijn partij betreft nog steeds geldt. „Elke nieuwe Kamer moet zich de vraag stellen of ze van die bevoegdheid gebruik wil maken. De Kamer is zo machtig als ze zelf wil zijn.” Praktisch bezwaar is wel dat de nieuwe Kamer pas een week na de verkiezingen kan worden geïnstalleerd. Het formatieproces komt nu altijd daags na de verkiezingen op gang. PvdA’er Paul Kalma zegt het ook inhoudelijk eens te zijn met D66 en GroenLinks. „Maar het moet nadrukkelijk een mogelijkheid blijven, geen verplichting. Het kan zijn dat de Kamer het niet eens wordt en dan moet je het niet forceren.”