Vertellen waar je op stemt: is dat nog steeds een taboe?

Loeki Stoeller uit Schagen had het er met een vriendin over: waarom is het toch zo’n taboe om te vragen naar iemands politieke voorkeur. Of om het zelf te zeggen. Stoeller: „Waar komt dat vandaan? Zelf heb ik er nooit moeite mee. Iedereen mag weten op welke partij ik stem en waarom.”

Eerst de definitie van het woord ‘taboe’. Volgens hoogleraar ethiek aan de universiteit van Nijmegen, Paul van Tongeren, betekent het: een symbolische grens waarvan we met zijn allen vinden dat je er niet overheen mag, terwijl het heel makkelijk is om dat wel te doen. En: taboes zijn rationeel nauwelijks te verdedigen.

Van Tongeren denkt dat het inderdaad nog steeds ‘not done’ is om te vragen naar de politieke voorkeur van je gesprekspartner. „Maar”, zegt hij „het taboe is geleidelijk aan het verdwijnen”. Mensen worden er steeds minder op aangekeken als ze wel vertellen op welke partij ze stemmen. Dat komt volgens hem voor een deel door de ontzuiling. En we praten er nu ook makkelijker over dankzij de media. Iedereen wordt geacht kleur te bekennen.

Marli Huijer, bijzonder hoogleraar filosofie aan de Erasmus universiteit in Rotterdam, denkt dat het juist een modern taboe is: „In verzuild Nederland hoefde je het niet eens te vragen, elke zuil had zijn eigen politieke partij. Was je katholiek dan stemde je standaard KVP.” Tegenwoordig willen mensen zich juist niet binden aan een zuil, geloof of politieke partij. Huijer: „Als je zegt dat je op de PvdA of de PVV stemt, dan krijg je een etiket. En daar zijn we uitermate huiverig voor, etiketten.” We willen makkelijk kunnen veranderen van standpunt.

In Het grootste taboe, een boek van Marcel Maassen en Frans Oosterwijk waarin 100 taboes zijn gerangschikt, komt het ‘politieke voorkeurtaboe’ niet voor. „Wel het taboe op niet stemmen”, zegt Maassen. En taboe nummer een? „In 2006 was dat het seksueel verlangen naar je eigen kind.”

hanina ajarai