Uitvreter zonder idealen

Hoe je in het licht van de boekenweek ook je hersens pijnigt, er is geloof ik geen reden om Stijn, de hoofdpersoon uit Kluuns Komt een vrouw bij de dokter (Podium, € 12,50) als een Titaantje of zelfs als een Uitvreter te beschouwen. Natuurlijk, er is dat overspel onder de ogen van een aan borstkanker stervende vrouw, dat je non-conformistisch kan noemen, bewijs van onvolwassenheid. Maar is Stijn wars van maatschappelijk succes? Hij doet juist zo zijn best om one of the guys te zijn, om in het perfecte plaatje te passen – daarom is hij zo kwaad dat dit dankzij de lelijke, en lelijkmakende ziekte van zijn vrouw niet langer mogelijk is.

Maar wat het meest in het oog springt is Stijns gebrek aan fijnzinnigheid. Kluun is een heel effectief auteur, maar zijn idioom is rauwheid, botheid, schok. De Titaantjes, afkomstig uit een tijd die althans in materieel opzicht rauwer en authentieker was dan het perfect aangelichte, verstikkend statusgevoelige reclame-universum waarin Stijn, Carmen en Roos leven, willen hun zintuigen verfijnen. Stijn, vluchtend voor de authenticiteit die de film van zijn leven verstoort, weet niet beter dan zijn zintuigen te overvoeren en te verdoven. Zijn geestelijk leven lijkt te bestaan uit een aaneenschakeling van luidruchtige climaxen en opera-uithalen. De Titaantjes is er juist alles aan gelegen met geestelijke elegantie aan het kleurloze alledaagse bestaan te ontsnappen. Ze willen leven van de wind, van kijken naar het water. Voor Stijn bestaat het volle leven uit luxe, lekkere wijven en succes. Nee, behalve de man die zijn schepper is, heb ik denk ik nooit een minder Nesciaans iemand ontmoet dan Stijn.

Maartje Somers