Tellen in Rotterdam

Wijselijk heeft burgemeester Aboutaleb van Rotterdam alsnog de conclusie getrokken dat de stemmen, die vorige week bij de gemeenteraadsverkiezingen in zijn stad zijn uitgebracht, opnieuw moeten worden geteld. Gesteund door de gemeenteraad heeft de Commissie tot Onderzoek van de Geloofsbrieven nu tot de hertelling besloten, wegens de wantoestanden die zich vorige week woensdag in diverse Rotterdamse stembureaus hebben voorgedaan.

Twee voorgangers van Aboutaleb als burgemeester, Peper en Opstelten, drongen gisteren ook al aan op hertelling, nadat Leefbaar Rotterdam vorige week melding had gemaakt van onregelmatigheden. De huidige burgemeester, tevens voorzitter van het centraal stembureau in zijn gemeente, meende vorige week de Kieswet aan zijn zijde te hebben. Daarin staat dat van een hertelling alleen sprake kan zijn als fouten de zetelverdeling beïnvloed kunnen hebben.

Maar Aboutaleb heeft inmiddels gelukkig ingezien dat de maatschappelijke onrust moet worden weggenomen die is ontstaan door de twijfel over de rechtmatigheid van de uitslag. Zeker gezien het kleine verschil in stemmen tussen de twee grootste partijen, PvdA en Leefbaar Rotterdam.

Of de burgemeester nu wel of niet is beïnvloed door zijn voorgangers, die braken met de gewoonte dat zij zich niet met het beleid van hun opvolger bemoeien, doet er niet zoveel toe. Het resultaat telt. De gemeenteraad zou anders vier jaar vergaderen onder de doem dat de samenstelling ervan mogelijk niet overeenkomstig de wil van de kiezers is. Bovendien kan de hertelling invloed hebben op de collegevorming vanwege een gewoonte – en dus niet een regel – dat de grootste fractie het voortouw krijgt bij de onderhandelingen daarover.

De Commissie tot Onderzoek van de Geloofsbrieven gaat inmiddels na of de verkiezingen rechtmatig en op een wettige wijze zijn verlopen. Gezien de bewijzen daarvoor, staat eigenlijk al zo goed als vast, dat in een aantal stembureaus de verkiezingen niet volgens de wettelijke regels zijn verlopen. Bijvoorbeeld omdat zich herhaalde malen meer mensen tegelijkertijd in de stemhokjes bevonden, wat in bijna alle gevallen verboden is.

Het is dan ook wenselijk dat de commissie, als zij tot de overtuiging van de onwettigheid komt, niet aarzelt om de gemeenteraad tot een verder gaande stap te adviseren. En dat is: herstemming. Want hertelling maakt niet alle gesignaleerde misstanden zichtbaar of ongedaan.

Herstemming is een zeldzame gebeurtenis, maar de Kieswet biedt daarvoor mogelijkheden. Zij moet binnen dertig dagen plaatshebben en kan worden beperkt tot de stembureaus waar het is misgegaan en tot de kiezers die daar hun stempas of volmacht hadden ingeleverd.

Alleen een dergelijke herstemming kan vermoedelijk aan alle twijfel over de rechtmatigheid van de Rotterdamse verkiezingen en de geldigheid van de uitslag afdoende wegnemen. Voor zulke twijfel horen geen gronden te bestaan.