Te gevoelig, dus: op naar de verkiezingen

De Tweede Kamer wil niet met het demissionaire kabinet debatteren over liberalisering van de zorg.

Zo wordt het een belangrijk verkiezingsthema.

Het kabinet was nog niet gevallen of PvdA-leider Wouter Bos nam op een partijbijeenkomst in Almere radicaal afstand van de CDA-plannen voor meer marktwerking in de zorg. Het compromis dat hij als oud-minister van Financiën een paar weken daarvoor nog met Ab Klink (Volksgezondheid, CDA) had gesloten over verdere liberalisering, is niets meer waard. Klink heeft altijd gezegd dat het succes van zijn ministerschap afhankelijk is van het welslagen van zijn liberaliseringsmissie: meer competitie in de zorg. Vorige week putte hij nog even hoop uit een rapport van de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa). Die is positief over gevolgen van de marktwerking tot nu toe. Maar gisteren besloot de Tweede Kamer dat het onderwerp te gevoelig is om aan het demissionaire kabinet over te laten. De sector weet daarom pas na installatie van een volgend kabinet waar het met de zorg heen gaat. Marktwerking in de zorg wordt zo een belangrijk thema in de verkiezingsstrijd.

1Wat houdt de liberalisering van de zorg ook al weer precies in?

In het publieke debat gaat het voornamelijk om de liberalisering van de ziekenhuiszorg. Sinds de invoering van het nieuwe zorgstelsel in 2006, is er langzaam maar gestaag meer marktwerking in de zorg gekomen. De vaste budgetten die ziekenhuizen kregen van de overheid worden afgebouwd. Ziekenhuizen moeten steeds meer hun eigen geld gaan verdienen door zelf de prijzen te bepalen van behandelingen. Daarvoor moeten zij onderhandelen met zorgverzekeraars die bij ziekenhuizen zorg inkopen voor hun klanten, de verzekerden.

Ziekenhuizen moeten zo elkaar beconcurreren in de strijd om de gunst van de verzekeraar en de patiënt. En zorgverzekeraars concurreren weer met elkaar om zoveel mogelijk verzekerden aan zich te binden.

Klink heeft het deel van de zorg waarover ziekenhuizen vrij mogen onderhandelen met zorgverzekeraars stapje voor stapje vergroot. Deze kabinetsperiode ging dat van 10 procent in 2007 naar 20 procent in 2008 tot 34 procent in 2009. De minister was vastbesloten om de vrije prijsvorming in 2011 uit te breiden tot de helft van alle behandelingen in ziekenhuizen.

2Waarom is marktwerking nodig?

Volgens de voorstanders is het nodig om een goede zorgverlening te stimuleren tegen scherpe prijzen. Voorstanders gaan ervan uit dat instellingen niet zomaar een vast bedrag op hun rekening gestort krijgen, maar prestaties moeten leveren om geld te verdienen, beter hun best doen. Een belangrijke bijkomstigheid van de invoering van marktwerking is dat zorginstellingen inzichtelijk moeten maken wat zij leveren voor welke prijs. Dit moet de transparantie van de sector ten goede komen. De uitgaven in de zorg zijn in zekere zin nog steeds een black box.

De veronderstelling is ook dat verzekeraars beter voor hun klanten zullen zorgen als deze klanten bij een slechte service kunnen overstappen naar een concurrent. Zorginstellingen zullen zo laag mogelijke prijzen hanteren om een contract met de verzekeraar in de wacht te slepen. Het is de bedoeling dat verzekeraars als zaakwaarnemers optreden van hun verzekerden, en daarom niet alleen lage prijzen verlangen van zorgverleners maar ook kwalitatief goede zorg.

3Waar vindt precies de besparing plaats? Wie wordt er rijker van? De Staat, de zorgverzekeraar, of de burger?

Als marktwerking leidt tot lagere prijzen en lagere omzetten in ziekenhuizen, heeft de verzekerde daar voordeel van. Dan hoeven zorgverzekeraars minder te vergoeden en kunnen zij lagere premies doorberekenen aan hun klanten. Het is alleen niet zo dat premies echt omlaag gaan. De premiestijging zal alleen beteugeld kunnen worden. Want elk jaar nemen de zorgkosten toe. Dat komt niet alleen door de vergrijzing, maar ook door alle technische vernieuwingen die steeds meer behandelingen mogelijk maken.

4Als liberalisering een goede manier is om kosten te besparen en de zorg te verbeteren, waarom omhelst niet iedereen die plannen dan?

Een partij als de SP is altijd fel tegen de marktwerking in de zorg geweest. Volgens de SP is gezondheidszorg geen product waarop te concurreren valt. Concurrentie leidt volgens de SP tot bodemprijzen en verschraling van de kwaliteit van de zorg. De PvdA was bij aanvang van Balkenende IV terughoudend over verdere liberalisering van de zorg. Maar in het kabinet heeft de partij wel compromissen gesloten en de deur voor meer marktwerking opengezet. De PvdA is vooral bang dat artsen hun omzet verhogen, door patiënten bijvoorbeeld tot allerlei ‘onnodige’ (diagnostische) onderzoeken te verleiden. Dat zouden zij doen om hun inkomstenverlies na prijsdalingen te compenseren. De PvdA wilde daarom alleen meegaan met de uitbreiding van de marktwerking als de overheid de mogelijkheid zou behouden onverwachte omzetstijgingen af te romen. Dat ingewikkelde compromis heeft de PvdA na de val van het kabinet weer verlaten. Geen verdere marktwerking in de zorg, roept Bos nu als hij op campagne is.

5Wat vinden de doktoren zelf?

De vrijgevestigde medisch specialisten willen kunnen ondernemen en het juk van de overheid van zich afschudden. Ze willen het liefst geen overheidsbudgetten meer dus, en zo veel mogelijk vrij onderhandelen met de zorgverzekeraars over de prijs van hun behandelingen. De spoedeisende zorg is daar wel van uitgezonderd. Daarvan vindt iedereen dat die verschoond moet blijven van de tucht van de markt omdat de continuïteit van deze acute zorg nooit bedreigd mag worden. Ook de ziekenhuizen willen graag vrij onderhandelen met verzekeraars over de prijzen van behandelingen. Ze balen dat de zorg nu nog langer in onzekerheid moet blijven.