Talcahuano is verwoest en leeggestolen

De Chileense havenstad Talcahuano is zowel door de aardbeving als een tsunami getroffen. De hulp gaat vooral naar de grote buurstad Concepción.

In het gras langs Avenida Cristobal Colón in de Chileense havenstad Talcahuano ligt een zwart paardenhoofd. De ogen zijn weggedraaid, de tong hangt als een stuk rottend vlees naar buiten.

Ruim een week geleden trok het paard nog een goederenkar aan de kust. De tsunami na de aardbeving van 27 februari heeft het dier 300 meter landinwaarts gesleurd. Volgens omstanders is het paard in een vloedgolf door een elektriciteitskabel in tweeën gesneden – het lijf is nergens te bekennen.

Met tot nu toe 497 geïdentificeerde lijken, lijkt het aantal doden na de aardbeving relatief beperkt. De schade is vooral aan de kust te zien. In Concepción, de zwaarst getroffen grote stad, staan veel gebouwen nog overeind. Hier in Talcahuano, vijf kilometer verderop, heeft het water alles op zijn pad verwoest. Volgens burgemeester Gastón Saavedra is 80 procent van de bevolking dakloos geworden.

Eva Bera Castro was tijdens de aardbeving thuis met haar jonge kinderen Marcelo, Joaquin en Pirso. „Ik verzamelde mijn zoons en zette het op een lopen. Het zwarte water achtervolgde ons als een schaduw.”

De vriend van Martina Peralta, een visser, was alleen op zee toen de vloedgolven kwamen. „Jorge is van boord gesprongen en honderden meters naar de kust gezwommen. Hij heeft het gered, maar was sterk onderkoeld.”

Zelf had ze ’s nachts dienst in het zorgcentrum waar ze werkt. „Ik ben naar de bovenste verdieping gerend, ik kon nergens anders heen. Ik dacht dat het gebouw zou instorten.”

De Chileense regering heeft eerder excuses aangeboden voor het uitblijven van een tsunami-alarm. In Talcahuano zijn tot nu toe 20 doden geteld; nog 18 inwoners worden vermist.

De haven is onherkenbaar. Tientallen vissersschepen zijn ver op het land geworpen. De ‘Don Renato’ ligt gekanteld op de plastic golfplaten van een geplet kusthuisje. Visnetten vol met zeewier en gele boeien hangen uit de metalen boot. De mast steekt schuin over de straat heen.

Containers liggen als dominostenen op elkaar of zijn in zee beland, andere hebben houten huizen weggevaagd of zijn midden in een buurt gestrand.

De stank van rottende vis en bedorven visvoer, beschimmeld hout en zeewier dat aan hekken en huizen hangt, reikt tot kilometers ver. Opgedroogde modder bedekt de straten en huizen als een schilferende huid.

Voor de tsunami was Talcahuano, inheems voor ‘donderende hemel’, de zevende stad van Chili met 250.000 inwoners. Het huisvest een van de grootste marinebases. Bezoekers kwamen voor de versgevangen schaaldieren of de jaarlijkse kanowedstrijden op de rivier de Bio Bio.

Nu is de kust ontzield. Veel inwoners verblijven in de hoger gelegen cerros, de heuvels achter de stad, in geïmproviseerde kampen, wachtend op hulp. Ze zijn bang voor een tweede vloedgolf, want er zijn nog steeds veel sterke naschokken. Het leeggeplunderde centrum is onveilig.

In Talcahuano zijn drie rampen gebeurd, zegt Eva Bera Castro. „Eerst de aardbeving, toen de tsunami, daarna de rovers.”

De containers die nog in de haven lagen, gevuld met huishoudelijke apparatuur of blikken vis, zijn opengebroken en leeggeplunderd. Auto’s, kinderwagens, alles hebben hongerige inwoners en dieven met spullen proberen te vullen. Ook in gebouwen, winkels en fabrieken in de stad hebben ze niets van waarde achtergelaten.

Terwijl in Concepción duizenden militairen winkels en woningen bewaken, is de aanwezigheid van het leger hier beperkt tot een handvol militairen. De inwoners van Talcahuano voelen zich in de steek gelaten. Net als in de buitenwijken van Concepción waar het leger niet komt, moeten ze hun eigendommen zelf beschermen. Iedere dag klinken geweerschoten in de havenstad.

Om de overbezette ziekenhuizen in Concepción te verlichten, is in Talcahuano een veldhospitaal ingericht. Hulpverleners hebben een paar duizend maaltijden uitgedeeld. Veel meer dan dat is er niet gebeurd, volgens Isabel Seguel, hoofd van de regionale afdeling van het Rode Kruis. De inwoners zijn wanhopig, zegt ze.

Milagros Cecino, een wat oudere vrouw, staat in de rij om haar lege flessen met water te laten vullen. „We hebben alleen een zak met wat eten gekregen”, vertelt ze. „Brood, rijst en fruitrepen. Dat heeft een supermarkt buiten de stad hier uitgedeeld.”

Mensen zitten zonder medicijnen, dekens , matrassen en sanitaire producten. Dekens voor de daklozen zijn er, ruim een week na de aardbeving, nog steeds niet gearriveerd. „We hebben ook dringend schoonmaakspullen nodig,” voegt Cecino toe. „Ik heb het idee dat dat wordt vergeten.”

Burgemeester Saavedra wijst op het infectiegevaar. „We hebben chemische toiletten nodig en we moeten de rottende vis in de straten opruimen”.

Martina Peralta, de vrouw uit het verzorgingstehuis, woont al haar hele leven in Talcahuano. Het doet haar pijn de stad zo te zien. „Na de aardbeving waren veel huizen en gebouwen nog intact, maar het water was onze doodssteek”, zegt ze. „De ellende is hier niet te vergelijken met Concepción.”