Oké. We gingen het over kolven hebben

Ik ben nu drie maanden moeder, en ik heb al een bakfiets.

Daarin zit Benjamin, mijn zoontje, in zijn Maxi-Cosi tussen allerlei nylon riemen en stalen veiligheidsconstructies, en kijkt me stralend aan. Tot de hoek van de straat, want dan zakt hij weg in een diepe, glimlachende slaap, waaruit hij zelfs door de hoogste stoepranden en verkeersdrempels niet gewekt kan worden.

Toch roep ik bij elke bobbel op de weg ‘Sorry!’ tegen hem, uit een reflex. Dat zal wel bij het eeuwigdurende, aanhoudende schuldgevoel horen dat je als moeder gratis bij een kind krijgt.

We verplaatsen ons ook weleens per taxi, als het heel hard regent. Nu troffen we een Marokkaanse taxichauffeur, die wilde weten hoe oud Benjamin was. Zelf had hij een dochtertje met een onverstaanbare naam, die ongeveer even oud was.

„Mooie naam”, zei ik.

We namen de bevallingen even door – die van mij was aanzienlijk florissanter verlopen dan die van zijn vrouw – en toen dacht ik: ha, dit is prettig, de meeste Nederlanders zouden nu vragen of ik borstvoeding geef, maar dat doet een Marokkaanse man niet.

„Geef je borstvoeding?” vroeg hij.

„Nou, ja, lang verhaal”, zei ik.

En ik vertelde over Benjamin, die ‘de grote hap’ niet kon maken – borstvoedingsterminologie voor ‘met kracht aan de tiet zuigen’. Daarna zweeg ik. Om nu met een Marokkaanse man over kolven te gaan praten – dat kon niet.

„Heb je wel gekolfd?” vroeg hij.

Oké. We gingen het over kolven hebben.

Over de enige gebeurtenis tijdens de kraamtijd waar van mij absoluut geen foto’s van gemaakt mochten worden, en waarvoor ik mij steeds opsloot in een klein, verborgen kamertje met Radio 1 aan.

„Ja, ik heb wel gekolfd”, zei ik, „bijna alle voedingen, en die gaf ik hem dan uit een fles. Uit een fles drinken kan hij wel.”

„Rottig hè, dat kolven?” zei de chauffeur.

„Ja, erg vervelend”, zei ik.

Praatte ik hier nou met een heteroseksuele Marokkaanse taxichauffeur of met mijn nieuwe gay best friend?

„Weet je wat je ook eens kunt proberen?” zei hij toen. „Een tepelhoedje.”

We waren op de plaats van bestemming aangekomen. Ietwat verdwaasd stapte ik uit de taxi en probeerde de Maxi-Cosi uit de veiligheidsriem te wurmen.

Een Marokkaanse man had zich met mijn borstvoeding bemoeid. En ‘tepelhoedje’ tegen me gezegd. Wat dit betekende voor de multiculturele samenleving wist ik niet precies, maar ik vermoedde dat het iets goeds was.

Aaf Brandt Corstius