Kielsporen met borsten

‘Luiaards waren wij boven alles’ – het had in Titaantjes kunnen staan, zoals de scène die erop volgt de zomerse zinnelijkheid ademt die de belevenissen van Nescio’s jongens onweerstaanbaar maakt. De aanduidingen en associaties bij een zomerzwempartij zijn anno 2006 fysieker en explicieter dan in 1915: ‘Wendy met de kurkentrekkerskrullen had ze als eerste, borsten, waarmee ze tijdens een heerlijke rugslag twee prachtige kielsporen in het water trok […] Het mooist was echter Helene als ze pas uit het water klom en zich neervlijde op het hete hout van het ponton. Maar dat gold wellicht voor alle natte lijven, blikkerend in de zon.’

Dimitri, de verteller uit Dimitri Verhulsts verfilmde bestseller De helaasheid der dingen (Contact, € 12,50) is een moderne Koekebakker: een in de culturele wereld tot op zekere hoogte geslaagde man die terugkijkt op zijn verleden om zich rekenschap te geven van wat er onderweg zoal verloren is gegaan – en niet alleen op het gebied van borsten en natte lijven.

Dat is bij Verhulst vooral kameraadschappelijkheid, en dat zal Dimitri weten ook: ‘Ik zie het zo. Jij bent godverdomme de cultuurmens van de familie. Je verdient je boterham aan cultuur. […] Hoe het met je gaat moeten we lezen in de gazetten. Maar nu wij, je eigen bloed, een beroep op je doen vind je cultuur ineens pervers en walgelijk.’ Die afwijzing van het succesvolste familielid is even begrijpelijk als onrechtvaardig – wat de scène tot een van pijnlijkste in De helaasheid der dingen maakt. Als de God van Vlaanderen het had gezien, had hij tweemaal zijn eerbiedwaardige hoofd geschud, minstens.

Arjen Fortuin