Indische dieren

Wat konden Hollanders toch soms dom zijn! Mijn moeder was weer eens op de thee geweest bij buren of kennissen die haar in alle ernst hadden gevraagd of er ook weleens tijgers door haar dorp liepen.

Alsof ze uit een dessa kwam. Dachten die Hollanders dat ze geen cultuur hadden in Indië? Wereldsteden waren het, waar ze had gewoond: Bandoeng en Batavia.

Bij haar in de familie werd al auto gereden toen de ouders van de Hollandse vragenstellers nog op klompen liepen.

Tijgers! Ze kwam toch niet uit de rimboe. Ze had nota bene de driejarige hbs gedaan.

Toch was de rimboe met zijn bewoners nooit ver weg in haar verhalen. Ze was dan wel nooit bang geweest voor tijgers, de kaki-ampat – een aasetende hagedis – had haar in Nieuw-Guinea gillend uit de wc gekregen.

Soms nam mijn vader ons mee voor een tochtje met zijn motorbootje op de rivier. Maar de krokodillen die op de rivieroevers lagen te slapen, maakten van die tochtjes voor mijn moeder een bezoeking.

Angst voor enge dieren maakte haar extreem opmerkzaam. Zo kreeg ze op bezoek bij vrienden in Balikpapan als eerste in de gaten dat er op de gordijnroede een python rustte.

Van alle dieren werd alleen een boomkangoeroe aardig besproken. Het was een aaibaar buideldiertje dat fruit at en in de bomen naast ons hotel in Hollandia scharrelde.

Het waren niet altijd grote dieren die haar verhalen bevolkten. Een keer in het hotel in Hollandia keek mijn moeder na een hazenslaapje op van bed, nieuwsgierig naar wat ik aan het doen was. Ze zag dat ik gierend van de pret met een houten treintje tegen iets duwde.

Ik bleek al een tijd aan het spelen met een grote, zwarte schorpioen. „Hij was zo groot dat je vader hem bijna niet dood kreeg.”

Mijn moeder haatte de beesten en beestjes in de tropen. Zeker nadat ik door een malariamug was gestoken en zo’n hoge koorts had gekregen dat mijn bedje, volgens mijn moeder, ‘er van schudde’.

Eenmaal in Nederland verschraalde het aanbod wilde have. Er kwam nog één dier langs, een paard.

Dat werd me beloofd wanneer we naar Australië zouden verhuizen. De broer van mijn moeder had daar een boerderij en jarenlang droomde ik van het paardje dat op mij wachtte.

In het landschap van dromen die nooit zijn uitgekomen, huppelt hij rond. Niet bevreesd voor de tijger die mijn moeder ook nooit heeft gezien.