'Ik voelde me Kees de Jongen'

Nescio’s boek ‘Titaantjes’ vormt de inspiratiebron voor de Boekenweek 2010. Op het Boekenbal spraken de genodigden gisteren over hun jeugdhelden. „Dik Trom was politiek correct.”

„Jongens waren we, maar aardige jongens.” Deze beroemde openingszin van Titaanjes, Nescio’s boek uit 1915, vormt de inspiratiebron voor de Boekenweek dit jaar.

Jongens waren het, maar dat waren ze wel héél lang geleden. Zowel op de rode loper als bij het traditionele openingsprogramma van het Boekenbal 2010, gisteravond in de Amsterdamse Stadsschouwburg, werden opvallend oude generaties schrijvers geëerd.

Adriaan van Dis, spreekstalmeester van het theaterprogramma, zette achtereenvolgens F. Bordewijk, Victor van Vriesland en Joost van den Vondel in het zonnetje.

Van Dis citeerde gretig uit Karakter, misschien wel Bordewijks bekendste roman, om te laten zien hoe het boek nog altijd in staat is om bij een nieuwe generatie lezers daadkracht, ambitie en doorzettingsvermogen aan te wakkeren. Wie Karakter krijgt voorgedragen door de energieke Van Dis, kan dat alleen maar beamen.

Schrijfster en columniste Marjolijn Februari haalde Oscar Wilde aan om te illustreren wat lezen met een jong mens kan doen. „Volgens Wilde werd je neus groter van lezen. Dat komt omdat de inhoud van je hoofd groeit. U kunt straks op het bal dan ook precies zien wie het meest en wie het minst heeft gelezen.”

Ramsey Nasr pakte uit als afsluiter van het theaterprogramma. De lofzang op ‘Titanen van de dichtkunst’, getiteld Radicaal Intiem, was bevlogen, lyrisch en ook heel lang. Nasr, begeleid door een cellist, putte wederom voorbeeldig uit zijn voordrachtstalent, alhoewel hier en daar het publiek wat onrustig op de stoel begon te schuiven.

Op de rode loper, een klein uur daarvoor, deden schrijvers en andere genodigden uit de doeken welke schrijvers en personages hen in hun jeugd hadden beïnvloed.

Zo voelde ex-minister van Cultuur Ronald Plasterk zich verwant met Frodo, de held uit In de ban van de ring van J.R.R. Tolkien. „Ik denk dat de combinatie van zijn bescheidenheid en dadendrang me aansprak.” En las directeur Henk Kraima van Stichting CPNB op zijn zestiende voor het eerst Terug naar Oegstgeest van Jan Wolkers. „Dat was een doorbraak. Vanaf dat moment was ik geïnteresseerd in literatuur.”

Een van de jeugdhelden van schrijver Remco Campert was Kees de Jongen, de hoofdfiguur uit het gelijknamige boek van Theo Thijssen. „Ik las dat boek in de oorlog, toen ik bij vrienden van mijn ouders op de Veluwe verbleef. Ik werd er volledig in meegezogen. Ik voelde me net als die jongen.”

Historicus Herman Pleij verslond de jeugdboeken over Dik Trom van C.Joh. Kievit. „In mijn tijd las je Dik Trom of Pietje Bell. Maar Pietje Bell vond ik te rebels. Dik Trom was politiek correct en een beetje stout, net als ik.”

Joost Zwagerman tenslotte, de schrijver van het Boekenweekgeschenk Duel, identificeerde zich met Holden Caulfield, de hoofdpersoon uit J.D. Salingers The Catcher in the Rye. „Die jongen zag precies wie de blaaskaken en de phonies in de wereld waren. Hij was bovendien streng en hardvochtig voor zichzelf. Dat vond ik ook indrukwekkend.”

„Maar een verlangen naar de jeugd heeft Zwagerman niet. Ik ben 46 jaar. Een prachtig leeftijd.”