Euro op kruispunt

Nu Griekenland financieel langs de rand van de afgrond scheert en de euro als mondiale munt daardoor onder druk staat, neemt Duitsland het initiatief om een uitweg uit de dreigende impasse te vinden. De grootste economie van Europa, en de vijfde van de wereld, schaart zich achter een al langer sluimerend idee om een Europees Monetair Fonds (EMF) in het leven te roepen. „Die gedachte is zo gek nog niet, hoewel er nog veel details te regelen zouden zijn”, aldus bondskanselier Angela Merkel in een interview met een aantal Europese dagbladen, waaronder NRC Handelsblad.

Merkel is niet zomaar een regeringleider uit een van de zestien landen in de eurozone. Ze vertegenwoordigt het centrum van de munt en een behoedzame monetaire traditie, waarvan de Europese Centrale Bank (ECB) de vertolker is.

Die traditie is geen gemeengoed. In de Angelsaksische wereld, waar de actieve politiek van het Amerikaanse stelsel van centrale banken Fed als voorbeeld fungeert, wordt ze ‘conservatief’ genoemd. Maar dat neemt niet weg dat er zonder Duitsland geen euro zou zijn geweest. Sterker, zonder Duitsland loopt de euro gevaar.

Niemand weet zeker of de Griekse crisis het begin is van een sneeuwbal. De eurozone beschikt hoe dan ook over weinig wapens om dit gevaar af te wenden. Het Verdrag van Maastricht verbiedt het om Athene uit de brand te helpen. En het Stabiliteitspact eist dat de Griekse regering de begroting snel op orde heeft. Ook dat is echter nog geen garantie dat Griekenland op de financiële markten veilig zal zijn.

Het Internationaal Monetair Fonds zou natuurlijk te hulp kunnen worden geroepen. Maar het idee alleen al dat een van de twee sterkste monetaire zones ter wereld moet worden geholpen door een instelling die zich tot voor kort op het arme Oekraïne richtte, wordt in Europa om begrijpelijke redenen als een blamage ervaren.

Het plan om een eigen EMF op te richten lijkt vooral een manier om al deze politieke en financiële dilemma’s te overwinnen. De kritiek op de suggestie van de Duitse regering laat zich dan ook raden. Het idee komt voort uit misplaatste trots. Een EMF overlapt het IMF en wekt bovendien de verkeerde indruk dat er toch wel redding is als een euroland zijn financiële huishouding uit de hand laat lopen. Waarom zou de ECB niet de instrumenten benutten om kortstondige liquiditeitssteun te verschaffen onder strenge voorwaarden?

Deze argumenten snijden stuk voor stuk hout. Maar ze gaan voorbij aan een zwaar politiek argument: dat het idee voor een EMF uit Duitsland komt. Als het Griekse probleem wordt opgelost door het niet zo nauw te nemen met het Stabiliteitspact en het Verdrag van Maastricht, kan Merkel zich een groot probleem op de hals halen. Zo zou het Duitse Constitutionele Hof in Karlsruhe, dat het haar ook al moeilijk maakte met het Verdrag van Lissabon, kunnen vaststellen dat er door schending van Maastricht een grondslag voor de euro is weggevallen. En dan is het einde zoek.

De eurolanden doen er dan ook verstandig aan het plan serieus en zelfs gedetailleerd ter discussie te stellen.