De pagina-99 test

De lezer staat aan het begin van de Boekenweek een cascade van nieuwe boeken te wachten. Wat te kiezen? Daarom kan het misschien geen kwaad te herinneren aan een idee van de Engelse schrijvercriticus Ford Madox Ford (1873-1939): „Open het boek op pagina 99 en lees, en de kwaliteit van het geheel zal u getoond worden.”

Zelf breng ik het in de winkel doorgaans niet verder dan de eerste pagina’s. Die lees ik vluchtig door en als ik dan niet geboeid ben door stijl of thematiek leg ik het boek terug.

Met deze methode loop ik misschien goede boeken mis, maar dat gebeurt ook met al die schitterende romans die ongetwijfeld af en toe in Kazachstan, IJsland en Tibet verschijnen en die niet vertaald worden omdat de schrijver geen Murakami heet.

Ik ben redelijk tevreden over ‘mijn’ methode, vooral omdat je de stijl van een schrijver aan de hand van enkele pagina’s doorgaans goed kunt beoordelen. Uitgevers doen het per slot van rekening ook zo met ongevraagd toegestuurde manuscripten.

Op het idee van ‘de pagina-99 test’ zou ik zelf nooit gekomen zijn. Waarom pagina 99? Ik ken alleen dit geïsoleerde citaat van Ford en weet dus niet in welke context hij het geschreven heeft. Misschien was het wel een losse inval.

Ford zal het niet zo letterlijk bedoeld hebben, hij had ook pagina 89 of 109 kunnen noemen. Ik vermoed dat hij heeft willen beweren dat een boek na een zekere aanloop zijn toon en thema moet hebben gevonden. Als dat op pagina 99 of daaromtrent nog steeds niet gelukt is, lukt het nooit meer.

In de Verenigde Staten heeft een zekere Marshal Zeringue een hele website, getiteld ‘The Campaign for the American Reader’, ingericht met Fords citaat als uitgangspunt.

Zeringue vraagt schrijvers om, op basis van dit citaat, een boek van eigen hand te behandelen. Zien zij de essentie van hun boek terug op pagina 99? Daar gaat het om. De schrijvers gaan er ernstig op in en in de meeste gevallen is hun oordeel bevestigend.

Helaas benadert Zeringue zelden of nooit romanschrijvers, het draait vooral om auteurs van non-fictie. Dat is jammer, want bij fictie lijkt dit leesexperiment me interessanter dan bij non-fictie. Ford Madox Ford was ook zelf in de eerste plaats een man van de schone letteren. Hij schreef meer dan zeventig boeken, waaronder romans als het bekende The Good Soldier, en hij kende tal van literaire beroemdheden, zoals James Joyce, Gertrude Stein en Ernest Hemingway. Met de schrijfster Jean Rhys had hij een verhouding die hij kil beëindigde, wat mij op de vraag brengt of relaties ook een ‘pagina 99’ hebben – maar daarover een andere keer.

Fords test heb ik inmiddels toegepast op een erkend Nederlands meesterwerk: De avonden van Gerard Reve. Ik was niet ontevreden over het resultaat. Frits van Egters zit op pagina 99 van mijn achtste druk uit 1963 alleen thuis naar de radio te luisteren. Het was een ‘stikdonkere nacht’.

„U hoort de tweede romance van Schumann”, zei de omroepster. Frits wachtte en liet de rook van de sigaret langs zijn nagels strijken. ‘Hoort, hoort’, dacht hij toen de muziek begonnen was.

Hij legde de sigaret op de zakpijp, hield de toppen van duim en wijsvinger op de ooghoeken en haalde voorzichtig, met wijd geopende mond, adem. ‘Zo is het’, fluisterde hij.”