De ironievrije zone

Eindelijk eens de hele Oscar-uitreiking kunnen zien. Met vooraf de rode loper en daarna alle speeches, live. In Nederland vond ik het altijd te veel moeite om op te blijven, maar hier was het een prachtige middag/vroege avond, die ik met allerhande snacks kon verlevendigen tot een klein feestje.

En omdat ik de volle vierenhalve uur met het evenement in contact stond, kon ik alle toespraakjes analyseren. Ik kwam tot de volgende conclusie: Amerikanen zijn in staat om op elk gewenst moment naar een ironievrije zone over te stappen. Ze maken wel grapjes waardoor het lijkt alsof ze het allemaal niet zo serieus nemen, maar dan beginnen ze patsboem ineens over ‘aan wie deze Oscar eigenlijk toebehoort’, en dat is hun moeder, alle mensen in uniform, iedereen in de zaal die de Oscar niet gewonnen heeft, alle ouders die zorgen voor kinderen die niet van henzelf zijn. Waarna tranen. En dan nog een grapje om ze weer keurig de ironievrije zone uit te krijgen.

Goed, die Oscars zijn natuurlijk het hoogtepunt van menig Hollywoodster z’n/d’r carrière, maar dan nog. Zou een Nederlandse filmster over een collega kunnen zeggen: „Ze is een fantastisch persoon, die zowel in de breedte als in de diepte heeft laten zien wat een gevoelig mens zij is, niet alleen voor de mensen om haar heen, maar voor de hele wereld”? We zouden diegene waarschijnlijk nog wel een paar maanden na lopen doen met z’n allen. Waarop de filmster dan zou zeggen: „Dit vind ik zó Nederlands. Als je je kop boven het maaiveld uitsteekt…”

Ook in Amerika zijn natuurlijk genoeg mensen die de sentimentaliteit tijdens de Oscars te ver vinden gaan. Maar toch zijn ook zulk soort onsentimentele mensen geneigd om tijdens een of ander lulgesprek ineens te verklaren: „I feel that I am really strong, as a woman, because I have a sense of purpose, because I have a hard life. Not hard like the people in Haiti, but still.”

Paulien Cornelisse