Broekloze pestkoppen

‘Titaantjes’ zijn de vijf hemelbestormers uit Nescio’s gelijknamige novelle (1911-1918). Een verhaal van wereldverbeteraars die de wereld verachten, maar niet weten hoe ze 'm moeten veranderen; van jongens die God zelf willen worden, maar al gauw net zo zijn als de rest van de gewone burgers.

De cartooneend en -kanarie Fokke & Sukke voldoen in ieder geval duidelijk aan het eerste deel van de beginzin uit Nescio’s Titaantjes: „Jongens waren we – maar aardige jongens.” Want Fokke en Sukke tonen elke dag in deze krant met jongensachtig bravoure hun geslachtsdelen aan ons. Geen twijfel over mogelijk. Jongens zijn het. Taboedoorbrekende jongens, altijd klaar om wat vuige grappen of schrijnende commentaren over de wereld om ons heen te maken. Maar zijn ze aardig? En zijn het idealistische wereldverbeteraars?

Fokke & Sukke willen, voor zover ze een eenduidig karakter hebben, in ieder geval de wereld veroveren – om te beginnen iedere rondborstige vrouw die ze tegenkomen, en die ze, in een van hun beroemde cartoons héél aardig vragen: Neuken?.

Maar zijn Fokke & Sukke behalve seksistische pestkopjes ook idealisten? In 2003 werden de makers Reid, Geleijnse en Van Tol van racisme beschuldigd wegens een paar harde grappen. We zien Fokke & Sukke op vakantie in Afrika, bij het zwembad. De een klaagt dat er geen ijs in de gin tonic zit. De ander roept naar de zwarte ober: ‘Hee kloothommel! Waar is die traditionele gastvrijheid van jullie gebleven?’ De klacht werd ongegrond verklaard. De klagers, zei de Raad voor de Journalistiek, ontging de ironie. Want wie gebruikte deze Fokke & Sukke-grappen op antiracistische affiches? Het Landelijk Bureau Racisme Bestrijding. Als dat niet idealistisch is.

paul steenhuis