Beursindex FTSE 100 zegt weinig meer over de Britse economie

Ze blijven maar komen, ondanks de hoge belastingen, de politieke onzekerheid en de dalende wisselkoers van het pond. Essar Group, een conglomeraat uit India, is na het deze maand toegetreden Afrikaanse Barrick Gold wellicht het volgende bedrijf dat een notering krijgt aan de FTSE 100, de beursindex die door niet-professionele beleggers nog steeds wordt gezien als een maatstaf voor de economische ontwikkeling van Groot-Brittannië.

Maar dat is al lang niet meer het geval. De helft van de dividenden van de aan de FTSE 100 genoteerde bedrijven wordt uitgekeerd in dollars. Daarnaast wordt de index gedomineerd door olie- en mijnbouwconcerns, waarvan er een paar slechts een zeer beperkte band met Groot-Brittannië hebben. De FTSE 100 biedt grote ondernemingen wél iets anders. Dankzij de bloeiende activiteiten van exchange traded funds (beleggingsfondsen die de index volgen) en andere derivatenfondsen is ieder bedrijf dat groot genoeg is om een notering aan de FTSE 100 te verkrijgen, verzekerd van een sterke vraag. De index trackers moeten de aandelen van deze bedrijven wel kopen, tenzij ze willen riskeren dat hun prestaties afwijken van de index die ze verondersteld worden te volgen.

De index trackers zijn sterk gegroeid. Eén van deze fondsen, Barclays FTSE 100 iShare, is in vier jaar tijd bijna verviervoudigd en nu 3,5 miljard pond waard. Door de trackers kunnen beleggers op een goedkope manier profiteren van de koersbewegingen, maar de FTSE 100 toont aan dat dit niet altijd de markten zijn die beleggers verwachten.

De index omvat nu nog slechts 35 van de oorspronkelijk genoteerde ondernemingen. De rest is verdwenen, door faillissementen en fusies, of doordat ze door grotere nieuwkomers van de lijst zijn gedrukt. Door de toenemende internationalisering van het beleggen, waarbij ieder groot fonds in de wereld ook buiten zijn thuisland vertegenwoordigd wil zijn, is het onderscheid tussen de diverse markten vervaagd. Het is bijvoorbeeld makkelijk om louter op basis van de aan de FTSE 100 genoteerde bedrijven een portefeuille samen te stellen met alleen maar Amerikaanse aandelen, of één met alleen maar aandelen van bedrijven uit ontwikkelingslanden.

Het is niet duidelijk wat deze index vertegenwoordigt, anders dan een amalgaam van de grootste in Londen genoteerde fondsen. De index waarin álle aandelen zijn opgenomen is nauwelijks beter, omdat de FTSE 100 daarvan 84 procent uitmaakt. Maar misschien hoeft de FTSE 100 ook niets te vertegenwoordigen. Het is wat het is. Maar met de Britse economie heeft deze index in elk geval steeds minder te maken.