Zum kotzen

Zou ik last hebben van een eetstoornis? Normaal kan het immers niet zijn dat ik er nooit meer in slaag mezelf helemaal vol te proppen. Het ‘vol is vol-moment’ komt als een ejaculatio praecox. Maar nog liever ga ik voor het zingen de kerk uit. Gezellig uitbuiken is aan mij niet besteed. De waarheid is dat ik op een bitter trauma kauw.

Neen, ik ben tijdens mijn driejarige carrière als zichzelf overstijgende misdienaar niet misbruikt door de dorpspastoor. De enige mystieke aanraking die ik van hem ontving, kwam in de vorm van een oorvijg, toen hij mij samen met een collega-misdienaartje betrapte in de kluis van de sacristie waar we ons tegoed deden aan de voorraad hosties, die daar in plastic zakken te midden van het kerkgoud lag opgeslagen.

De hand van God mag snoeihard en rechtvaardig zijn, de hand van diens tussenpersoon op aarde is zo mogelijk nog efficiënter. Maar de klap was verdiend en als zodanig niet onplezierig.

Mijn trauma liep ik op aan de eettafels van de honderden hotels waar ik in ploegverband de aanval plaatste op kommen spaghetti die het formaat hadden van een wasmand. Twee à drie borden moesten erin om de etappe van de volgende dag überhaupt te overleven. Je stopte pas met eten als niet alleen de maag, maar ook de slokdarm tot aan de huig was volgestort. Zum kotzen was het. Een uur later kwam ik tot de vaststelling dat minimaal dezelfde hoeveelheid nodig zou zijn om een plotseling opkomend hongergevoel te stillen.

Heeft u om zes uur ’s ochtends wel eens biefstuk geserveerd gekregen, gevolgd door (weer) twee borden spaghetti, op een bodem van anderhalf stokbrood met dikke boter en jam? En dat drie weken achtereen in – pak hem beet – de Tour de France? Uitbuiken in volle inspanning, je wenst het je ergste vijand niet toe.

Een biefstuk opeten direct na de wekker, uit alle macht heb ik het geprobeerd, maar mijn record is blijven steken op een half lapje. In een tijd waarin de biefstuk was wat de hostie is in een eucharistieviering, kwam je dat wel op een berisping te staan: niet serieus met het vak bezig.

Ik lees dat de moderne wielrenner meer beschaving aan de dag legt. Hij eet als een boekhouder met de rekenmachine langs het bord. Een beperkt aantal calorieën wordt ingezet om aan een nieuwe obsessie te voldoen: vermagering. Elke gram teveel is overbodige, ja zelfs zondige ballast. Tom Boonen is bijvoorbeeld macrobioot geworden, en staat reeds zo scherp als een mes.

Qua voedingsinzichten zou ik liever vandaag dan toen in het peloton huizen. Van de machinerie der schepping begrijp ik echter steeds minder. Wij waren even gevaarlijk mager als de patiënten nu.