Ze doet 't ook nooit goed, hè

De EU-landen kibbelen maar door over hun politieke machtsverhoudingen.

De kritiek op Ashton, de vertegenwoordiger voor het buitenlandse EU-beleid, toont vooral hoe verdeeld de EU is.

Het zou over de EU en de wereld gaan, maar het ging toch weer over de EU zelf. In de Spaanse stad Córdoba waren de Europese ministers van Buitenlandse Zaken bijeen om te praten over de politieke macht en invloed van de EU. Want daar maken ze zich zorgen over. Ze wilden ook gaan bedenken hoe ze moeten omgaan met opkomende grootmachten als India, Brazilië, Zuid-Afrika.

Maar dat kwam er nauwelijks van, afgelopen weekeinde. En sommige ministers deden geen moeite om hun irritatie daarover te verbergen. Ze hadden vooral de problemen besproken die er zijn met de nieuwe Europese diplomatieke dienst: de Europese Commissie, het dagelijks bestuur van de EU, en de EU-landen maken ruzie over de belangrijkste posities daarin en over het geld dat de dienst zal krijgen. Het ging in Córdoba over macht en invloed, maar niet zoals de ministers het zich van tevoren hadden voorgesteld: de hele wereld kon meekijken bij het interne, bureaucratische gevecht van de EU.

„We moeten hier zo snel mogelijk mee ophouden”, zei de Luxemburgse minister van Buitenlandse Zaken Jean Asselborn na afloop. „Dit verzwakt de positie van de EU.” De Zweedse minister van Buitenlandse Zaken Carl Bildt zei: „Wij zijn er om het buitenlands beleid vorm te geven en invloed uit te oefenen, we zijn er niet om ons bezig te houden met dit soort conflicten.”

Het was wel dezelfde Bildt die zich de afgelopen tijd intensief bemoeide met de positie van de nieuwe Hoge Vertegenwoordiger voor het Europees buitenlands beleid, de Britse barones Catherine Ashton – voor wie de diplomatieke dienst is bedoeld. Bildt schreef haar boze brieven over de benoeming van een Commissie-ambtenaar tot EU-ambassadeur in Washington, waar de EU-landen niets vanaf wisten. En samen met de Britse minister van Buitenlandse Zaken David Miliband schreef hij Ashton een brief over de diplomatieke dienst: die kon pas effectief zijn en het gezag van de EU vergroten, schreven ze, als er werd samengewerkt door de Europese Commissie en de EU-landen, waar de diplomaten voor de dienst vandaan moeten komen.

Miliband zei in Córdoba dat de brief niet was bedoeld als kritiek op Ashton, die de dienst aan het opzetten is, maar als steun. Ze heeft het moeilijk in haar nieuwe functie. Ze kreeg meer bevoegdheden dan haar voorganger Solana, omdat de EU-landen het buitenlandse beleid ‘krachtiger en eenduidiger’ willen maken. Maar al meteen na haar benoeming, drie maanden geleden, waren er twijfels over haar, omdat ze bijna geen ervaring had in het buitenland. En er kwam snel kritiek – van Europarlementariërs, anonieme ambtenaren en diplomaten, ministers. Ze zou geen visie hebben, ze ging te laat naar Haïti na de aardbeving, ze zou in het weekend te vaak thuis in Londen zijn, ze ging naar de inauguratie van de Oekraïense president en niet naar een vergadering van EU-ministers van Defensie. „Wat ze ook doet”, zegt een medewerker van Ashton, „het is allemaal verkeerd.”

Ashton wil dat daar een eind aan komt. In Córdoba vroeg ze om steun van de EU-ministers. In de vergadering zelf kreeg ze die nauwelijks. De ministers willen dat ze harder is in haar onderhandelingen met de Commissie over de diplomatieke dienst en ze willen er zelf meer invloed op hebben. Volgens de Oostenrijkse minister Michael Spindelegger heeft Ashton dat beloofd.

In het openbaar deden de ministers daarna zo hun best voor Ashton, dat het ook weer pijnlijk werd. Ashton, zei de Spaanse minister Moratinos, werkt heel hard. „Ze heeft geen minuut tijd om uit te rusten.” Andere ministers legden uitvoerig uit dat zíj Ashton hadden gevraagd om naar Oekraïne te gaan, waardoor ze niet bij hun collega’s van Defensie kon zijn. Het was ook háár verdienste, zei Miliband, dat de Oekraïense president Janoekovitsj zijn eerste buitenlandse bezoek aan Brussel had gebracht, en niet aan Moskou, waar hij meer vrienden heeft.

In Brussel moest Janoekovitsj vier keer op hoog bezoek: bij de voorzitter van de Europese Raad van regeringsleiders (Van Rompuy), de voorzitter van de Commissie (Barroso), de voorzitter van het Europees Parlement (Buzek) én bij Ashton zelf. Maar dat werd door de EU-ministers niet als probleem genoemd. Het was, zeiden ze, nooit de bedoeling geweest dat de EU in het buitenland met één stem zou spreken: de stem van Ashton. Het ging erom dat er vaker één boodschap is. „Die brengen wij dan met onze 27 stemmen”, zei Carl Bildt.