Soezdal

P1000060Zolang er sneeuw ligt  is een bezoek aan het middeleeuwse kloosterstadje Soezdal een sprookjesachtige  belevenis. Ik was er onlangs. Bij Galina, een 62-jarige weduwe met wie ik twee jaar geleden op het marktplein aan de praat was geraakt en wier visitekaartje ik had bewaard, hadden mijn vrouw en ik een kamer gehuurd. Het is tenslotte altijd beter iemand met een maandelijks pensioen van vierduizend roebel een beetje te helpen dan de kas van een hotel te spekken.P1000063Soezdal was dat weekend gehuld in een dik pak sneeuw. Het vroor hard en de wind loeide door de schilderachtige straatjes met hun mooie houten huisjes. Voor mijn vrouw en mij was het allemaal zeer exotisch, maar Galina en haar buren vonden al die sneeuw, die in een nacht tijd een deken van een halve meter dik over de weg had gelegd, maar niets .

P1000114

‘s Ochtends vroeg bonden we de langlaufski’s onder en trokken we erop uit. de route begon bij de voordeur. Galina had voorafgaand aan ons vertrek nog een stevig ontbijt van blini’s met zelfgemaakte jam voor ons bereid bereid. Tijdens dat ontbijt vertelde ze met veel gelach en tranen over haar leven, waarin ze met haar jong overleden man als ingenieur op de plaatselijke fabriek had gewerkt.

P1000058Buiten sloeg de wind ons in het gezicht en moedigden omstanders ons aan of verklaarden ons voor gek. We daalden de oevers van de rivier af en volgden de bedding. Het leek wel een Siberische expeditie, zo koud was het. Maar de beloning voor onze inspanning was groot. Want de rivier meanderde wat door het stadje en om iedere bocht doemde er op de hoge oever weer een nieuw fraai klooster met blauwe, zwarte of gouden koepels op.

P1000084

P1000091Bij het klooster van Sint Euthymius, in het noorden van Soezdal, werden we voor de bakstenen muren van de omringende vesting door een gezelschap toeristen uit Moskou als helden onthaald.  ,,Wat doet u voor de kost?” vroeg een van hen nadat hij ons zijn fles wodka had aangeboden. Toen ik hem vertelde dat ik over zijn land schreef, bloosde hij en omhelsde me. Toen hij me vervolgens vroeg wat mij het meest aan Rusland beviel,  antwoordde ik gemeend dat dat de bevolking was. Hij raakte nu in tranen en zei: ,,Dank u wel dat u naar ons toe bent gekomen.” We omhelsden elkaar opnieuw en beloofden elkaar dat als we elkaar in Moskou op straat zouden tegenkomen, we een glaasje zouden gaan drinken.

P1000101In de kathedraal zongen even later vijf jonge mannen van het a capella koor Blagovest (klokgelui) religieuze liederen. Hun stemmen klonken zo mooi en de muziek was zo indringend dat we er tranen van in onze ogen kregen. We kochten meteen hun cd Tebje pojom (Voor U zingen we), waarna ze mij om mijn visitekaartje vroegen zodat ze ons konden uitnodigen als ze in Moskou een concert zouden geven.

P1000073Door de straten van het stadje gleden de arrensleden door de sneeuw. Straatzangers zongen in de kou. Rusland leek hier in geen honderd jaar veranderd, ook doordat het stadje aan de  Gouden Ring, anders dan de meeste minder bijzondere plaatsen in Rusland, perfect onderhouden wordt.

P1000072

In het restaurant trad die avond een volksmuziekgroep op, in klederdracht en compleet met balalaika’s en een  bajaan. Zoals u verwacht, zongen ze geweldig. En als een enkele criticus van een hoog Volendamgehalte durft te spreken, kan ik dat met een gerust hart weerspreken. Nee, dit is Rusland op zijn best: historisch, mooi, hartelijk, vrolijk, indrukwekkend en vooral heel erg koud.

P1000081

P1000061