Op zoek naar het grote geld (2)

Dominique Strauss-Kahn, directeur van het Internationaal Monetair Fonds (IMF), werpt zich op als klimaatridder. Op een bijeenkomst in Nairobi heeft hij gezegd dat zijn organisatie het fonds wel wil beheren waaruit vanaf 2020 klimaatprojecten in ontwikkelingslanden moeten worden betaald. Al was het maar tijdelijk. Jaarlijks moeten de rijke landen 100 miljard dollar in het klimaatfonds

Dominique Strauss-Kahn op bezoek bij de Keniaanse premier Raila Odinga (Foto Reuters)Dominique Strauss-Kahn op bezoek bij de Keniaanse premier Raila Odinga (Foto Reuters)

Dominique Strauss-Kahn, directeur van het Internationaal Monetair Fonds (IMF), werpt zich op als klimaatridder. Op een bijeenkomst in Nairobi heeft hij gezegd dat zijn organisatie het fonds wel wil beheren waaruit vanaf 2020 klimaatprojecten in ontwikkelingslanden moeten worden betaald. Al was het maar tijdelijk. Jaarlijks moeten de rijke landen 100 miljard dollar in het klimaatfonds storten. (lees hier en hier over de visie van het IMF op klimaat).

Hoe het fonds eruit moet zien, heeft Strauss-Kahn nog niet gezegd. Daar komt het IMF later deze week nog op terug. Maar het idee ligt voor de hand. Het IMF is het gewend om geld op te halen. Het gebruikt modellen om te berekenen hoe verschillende landen naar rato kunnen bijdragen aan de IMF-begroting. Die modellen zouden ‘vertaald’ kunnen worden naar klimaatfinanciering. Dat gaat in ieder geval sneller, denkt Strauss-Kahn, dan geld genereren door middel van emissiehandel of klimaatbelasting. (lees hier en hier het nieuws)

Maar er is een probleem. Rijke landen, die in het IMF de grootste stem hebben, zijn het weliswaar eens over het bedrag dat jaarlijks nodig is. Maar niet over hun eigen aandeel. Sommige landen, vooral de VS maar ook Japan, willen hun geld liever in eigen beheer houden (lees hier een authentiek neoconservatief geluid) en besteden op basis van akkoorden die ze zelf met arme landen sluiten. Een overkoepelende organisatie zou niet meer hoeven te doen dan bijhouden waar het geld zoal naartoe gaat.

Arme landen op hun beurt kijken argwanend naar het IMF. Het is een organisatie die harde en vaak onpopulaire voorwaarden stelt aan leningen (zie ook hier). Het IMF mist ‘de expertise en de morele autoriteit’ voor een oordeel over klimaatverandering, zegt bijvoorbeeld Vitalice Meja, coördinator van Reality of Aid Africa. ‘Het IMF is verantwoordelijk voor het consumptiepatroon dat juist heeft geleid tot de huidige klimaatcrisis.’

Arme landen zien daarom liever dat het geld wordt ondergebracht bij een door de Verenigde Naties beheerd fonds. Maar Strauss-Kahn vreest ‘een serie van belofte-conferenties in de komende decennia’. Veel woorden, weinig geld. Want de resultaten van toezeggingen voor ontwikkelingshulp (als je een klimaatfonds zo mag noemen) stellen in de praktijk vaak niet veel voor.