Nieuwe test voor eurozone

Een Europees Monetair Fonds biedt uitstekende oplossingen voor het soort problemen dat Griekenland nu treft. Maar het kan jaren duren voor het er ook is.

Toen het Europese monetaire stelsel in 1978 werd opgetuigd, stond in de overeenkomst dat er binnen twee jaar een Europees Monetair Fonds zou komen. Dat fonds heeft om politieke redenen het daglicht nooit gezien.

Nu het plan voor zo’n EMF uit de mottenballen is gehaald als mogelijke oplossing voor de huidige schuldencrisis, is net als toen de voornaamste vraag: hebben eurolanden echt de politieke wil om economisch beter samen te werken? Immers, wie zijn nationale soevereiniteit wil houden, moet er niet aan beginnen.

Afgelopen weekend zei de Duitse minister van Financiën Wolfgang Schäuble tegen de Duitse krant Welt am Sonntag dat een EMF, een soort Europees IMF dat geld leent aan eurolanden die in financiële moeilijkheden zitten, „het overwegen waard is”.

In februari hadden Daniel Gros van het Brusselse Centre for European Policy Studies en Thomas Mayer van Deutsche Bank het aloude EMF-idee al als fris beleidsdocument door Brussel laten circuleren. Schäuble was de eerste politicus die zich achter het idee schaarde. Een Duits politicus nog wel – want in de eurozone gebeurt niets zonder dat Duitsland, de economische motor, ermee instemt.

Schäubles opmerkingen waren vaag. Met Europese collega’s had hij niets overlegd. De Fransen werden erdoor overvallen. Maar Schäubles uitspraken gaven het EMF-idee meteen vleugels. En inmiddels wijst ook Merkel het idee niet meer af.

Een Europees IMF komt te laat om de Griekse problemen op te lossen. Alle regeringsleiders moeten het ermee eens zijn. Zoiets vergt jaren, nog los van de vraag in welk land het hoofdkantoor van zo’n fonds komt te staan. Maar het biedt op papier uitstekende oplossingen voor het soort problemen dat Griekenland en de eurozone momenteel teistert.

Europese verdragen verbieden rechtstreekse financiële steun aan eurolanden. Burgers in rijke landen als Duitsland en Nederland, die zuinig zijn geweest in de jaren van voorspoed, willen landen die dat niet hebben gedaan zelfs geen geld lenen. Vandaar dat Griekenland, mochten de problemen ondanks heftige bezuinigingsmaatregelen toch escaleren, maar één weg rest: een gang naar het Internationaal Monetair Fonds. (IMF)

Het IMF in Washington is er om landen noodleningen te verstrekken, in ruil voor verregaande zeggenschap bij het opschonen van de overheidsfinanciën. Sommige grote eurolanden hebben problemen met zo’n dominante IMF-rol op euroterritorium. „Het IMF toelaten is toegeven dat eurolanden hun eigen problemen niet kunnen oplossen”, vindt Schäuble.

Vervolg EMF: pagina 15

Land mag nooit meer lenen dan storten

Het IMF kan landen dwingen de munt te devalueren. Dat roept direct grote weerstand op in Europa, want in de eurozone zou dat betekenen dat het IMF de onafhankelijkheid van de ECB kan aantasten. Het IMF geldt in Europa in de eerste plaats als een Amerikaans orgaan. Europese landen, die nu nog oververtegenwoordigd zijn in het IMF-bestuur, moeten binnenkort meer plaats maken voor niet-westerse economieën als China en India. Het idee dat Washington en Peking straks zeggenschap krijgen over het monetaire beleid in de eurozone, al is het maar indirect, is in sommige Europese hoofdsteden onverteerbaar.

De EMF-kas zou gevuld worden met boetes van eurolanden die de regels van het Stabiliteits- en Groeipact overschrijden. De beste leerlingen uit de klas hoeven geen contributie te betalen. Dit spreekt noordelijke landen aan, die vinden dat je een land dat er zelf een potje van heeft gemaakt niet moet belonen. Een land mag volgens Gros en Mayer nooit meer lenen dan wat het zelf in de kas heeft gestort. Als er vanaf de start van de euro in 1999 een EMF was geweest, berekenden zij, zou er nu 120 miljard euro in zitten.

Tot zover de voordelen van het EMF. De politieke complicaties beginnen bij de vraag wat het EMF kan eisen van een land dat een lening wil. Mag het, net als het IMF, een land onder surveillance plaatsen? Kan het, in ruil voor leningen, regeringen dwingen arbeidswetten te veranderen, niets meer aan Defensie te spenderen, de pensioengerechtigde leeftijd te verhogen? Kan het invloed krijgen op monetaire beslissingen, die nu worden genomen door de ECB?

„Een EMF moet keihard zijn, anders wordt het een bodemloze put”, zei Charles Wyplosz, hoogleraar Internationale Economie aan het Graduate Institute in Genève, onlangs in deze krant. „Ik heb zelf jaren voor een EMF gepleit. Maar ik kom tot de conclusie dat de eurozone nooit zo hard tegen zijn eigen lidstaten kan zijn als het IMF dat van buiten komt en daar geen last van heeft.”

Bondskanselier Angela Merkel, die van Schäubles idee wist, reageert voorzichtig positief. Ze vindt het EMF „interessant”, maar wees erop dat je hiervoor wel het Europese verdrag moet wijzigen. Griekenland heeft in weerwil van het verbod op directe steun ook in 1985 geld gekregen, dus incidentele flexibiliteit biedt het verdrag wel. Maar een nieuwe Europese instelling maakt een wijziging hoogstwaarschijnlijk nodig.

EU-landen hebben ongeveer tien jaar onderhandeld over het Lissabonverdrag – niemand heeft veel zin deze doos van Pandora weer open te maken. Voor de Italiaanse minister van Financiën Giulio Tremonti was dit al een reden om tegen het EMF te zijn.

Jürgen Stark, topman bij de Europese Centrale Bank in Frankfurt, is evenmin enthousiast. Welk mechanisme je ook bedenkt, schrijft hij vandaag in de Duitse zakenkrant Handelsblatt, het is cruciaal dat landen zich beter gaan gedragen. Preventie van wat Griekenland nu overkomt, daar draait het om. Dat werkt alleen als het EMF keiharde budgettaire eisen stelt, en afdwingt.

Maar diezelfde eisen staan al in het Pact. Probleem: ze worden niet afgedwongen. Waarom? Omdat landen het niet willen. Griekenland staat nu voor straf in de hoek. Maar toen Frankrijk en Duitsland in 2003 het Pact schonden, maakten ze de spelregels soepeler. Zolang de sancties waar het Pact van rept theoretisch blijven, en landen als Griekenland kunnen blijven doen wat ze willen, kun je zoveel nieuwe instituties oprichten als je wilt – maar dan verandert er nooit iets. Dát is het probleem in Europa, zegt Stark. Hij voelt er niets voor om een tandeloos EMF op te zetten dat meer politiek is dan technisch, en dat bovendien de ECB-politiek kan proberen te doorkruisen. „Dit kan de euro duur komen te staan.”