Nano en wormen

Ze zijn een grote hit: in steeds meer producten zitten nanodeeltjes. Zilver, zink of koolstof in minieme hoeveelheden – een nanometer is duizend keer zo klein als een haar – zorgen dat stoffen bijvoorbeeld sterker of smeerbaarder worden. Ecotoxicoloog Nico van den Brink (1965) onderzoekt bij het instituut Alterra, onderdeel van Wageningen Universiteit, wat de risico’s zijn van nanodeeltjes in de bodem.

Hoe kunnen hele kleine deeltjes de eigenschappen van materialen ineens veranderen?

„Ik vergelijk het met een kiezelstrand en een zandstrand. Dat is in feite precies hetzelfde materiaal, want zand bestaat uit minikiezeltjes.Toch weet je wel waar je het liefste ligt. Zo maken nanodeeltjes zink zonnebrandcrème doorzichtig in plaats van wit. Zilver in truien en sokken geeft een sterke anti-bacteriële werking, tegen stank. Je kunt met koolstof lichtere en sterkere auto’s maken, er zijn nu efficiëntere zonnepanelen. In 2005 waren er 54 nanoproducten, vorig jaar al over de duizend.”

Maar wat de gevolgen van nanodeeltjes kunnen zijn, weten we niet?

„Nou, van nature worden we voortdurend blootgesteld aan nanodeeltjes. Bijvoorbeeld elke keer als je achter een auto aanrijdt, of het gasfornuis aanzet. Het enige verschil is dat we de deeltjes nu zelf maken, met andere eigenschappen. En bij die nanoproducten wordt er wel getest met de gangbare toetsen voor chemicaliën.

„Maar we hebben meer kennis nodig, dus moeten we onderzoek doen. Ik vind het heel belangrijk dat de acceptatie van nanoproducten op daadwerkelijke risico’s gebaseerd wordt. Zodat je niet die verschrikkelijke beeldvorming krijgt die je vijf, tien jaar geleden nog had bij genetische modificatie. Er wordt inmiddels veel vooruitgang geboekt. Twee jaar geleden ben ik in deze nog kleine onderzoekswereld gestapt, en het is heel spannend. Wij onderzoeken nu de milieueffecten op de bodem, door wormen in grond met nanodeeltjes te stoppen.”

En, wat gebeurt er met die wormen?

„We zien wel negatieve gevolgen voor de groei, de sterfte, de voortplanting. Jonge wormpjes zijn er gevoeliger voor dan volwassen exemplaren, net als vaak bij gewone chemicaliën.Het probleem is altijd: bij welke concentraties wordt iets gevaarlijk? Hoeveel komt er in het milieu terecht? De bodem zit altijd al vol met natuurlijke nanodeeltjes, maar de door de mensen gemaakte kunnen we slecht meten. Er moet daarom een goed afwegingskader ontwikkeld worden. Zoals een classificatie voor nanodeeltjes, zodat je ze gemakkelijker kunt rangschikken in meer en minder gevaarlijke types.”

Maakt u zich geen zorgen?

„Ik ben niet zo’n zorgelijk typ, en ik wil geen bangmakerijverhaal houden. Maar er is een hoop wat we niet weten. Het gaat om een ontzettend interessante ontwikkeling voor de maatschappij, maar met een enorme toename van de productie. Dus is meer informatie over de risico’s nodig. Zelf heb ik ook een nanoproduct in huis: ‘liquid filter’, voor het schoonmaken van je aquarium. Een mens is toch geneigd te denken: zolang de vissen niet dood op hun rug drijven, zal het wel meevallen.”

Liesbeth Koenen

Morgen, woensdag 10 maart, spreekt dr. ir. Nico van den Brink over het onderwerp ‘Nanotechnologie, gevaar voor het milieu?’ 20.00 uur. Burgerweeshuis, Bagijnenstraat 9, Deventer. Toegang gratis