Istanbul denkt aan grote beving

De aardbeving in Oost-Turkije herinnerde de inwoners van Istanbul eraan dat hun stad op een breuklijn ligt. Hele wijken lopen gevaar in te storten.

Het beeld van de modderhuizen die gisteren in zes dorpen in de oostelijke provincie Elazig werden verpulverd hij een aardbeving, 51 doden, brengt 1.200 kilometer verderop de experts in beweging. Niet alleen worden de kaarten er nog eens bijgehaald die de breuklijnen tonen die dwars over de aardkorst van Turkije lopen. Elazig ligt op de Oost-Anatolische breuk en de beving van 6 op de schaal van Richter hoeft de bewoners van de miljoenensteden als Istanbul op die andere breuklijn, de Noord-Anatolische, geen slapeloze nachten te bezorgen, bezweren deskundigen. De beving van gisteren was te zwak om andere schokken te veroorzaken en relatief onschuldig omdat die plaatshad in dunbevolkt gebied, zonder hoogbouw.

Maar er zijn ook ingenieurs als Mustafa Elvan Cantekin die dan de stapschoenen aantrekken om nog eens te gaan kijken in de wijken die een beving met dezelfde kracht niet zouden overleven als die wel plaatshad in Istanbul. Dan gaat hij kijken in wijken als Zeytinburnu aan de Europese kant van Istanbul. De wijk verdubbelde in de afgelopen tien jaar in omvang door de aanwas van boeren uit Anatolië die in de grote stad hun geluk beproeven. Die moeten ergens wonen en de ingenieur speurt bezorgd naar de plekken waar ze terechtkomen. „Kijk daar eens”, wijst hij naar een flatgebouw van elf verdiepingen waar recent met stenen en goedkope cement een verdieping op is geplaatst. „Deze wijk staat vol gebouwen die al zonder beving onder hun eigen gewicht in elkaar storten.”

De voorspellingen voor Istanbul zijn somber. Volgens het ‘masterplan’ dat in opdracht van het gemeentebestuur is opgesteld vallen bij een beving met een kracht van meer dan 7,0 op de schaal van Richter ten minste 50.000 doden. Sommige experts denken 90.000. Niet in historische wijken als Sultanahmet, waar de Ayasofia en het Topkapi Paleis al eeuwen bestand zijn tegen zware bevingen. De rode zones liggen aan de zuidelijke monding van de Bosporus, aan de Zee van Marmara.

In 1999 verwoestte een beving met een kracht van 7,4 op de schaal van Richter zo’n 100 kilometer ten zuiden van Istanbul grote delen van Izmit, ook al zo’n bewijs van de onstuitbare verstedelijking van Turkije. Tachtig jaar geleden woonde nog 75 procent van de Turken op het platteland. Vorig jaar minder dan een kwart. En die stedelingen lopen groot gevaar. „Meer dan de helft van de gebouwen in deze stad zou vandaag nog tegen de vlakte moeten”, zegt de ingenieur. „Maar ja, waar moeten al die mensen heen?” Een seismoloog noemde die flats in The New York Times onlangs nog „wapens van massavernietiging’’.

Er zijn Turken die steenrijk werden dankzij die rappe urbanisatie. Neem bouwondernemer Ali Agaoglu, niet weg te slaan uit de roddelbladen. Volgens de Turkse versie van Forbes magazine, de zesde rijkste man van Turkije, goed voor een 1 miljard euro. Als hij in een van zijn drie Bentleys naar een van zijn laatste bouwprojecten rijdt, vertelt hij zonder schroom dat de flats die hij in de eerste twintig jaar van zijn carrière heeft gebouwd ondeugdelijk zijn. „We bouwden met zeezand en oud ijzer”, zegt hij, helm op hoofd. „Maar iedereen deed het. Dat was het materiaal dat we toen beschikbaar hadden.” In sommige flatgebouwen in Istanbul kun je de schelpen zien zitten in het beton.

Agaoglu werd rijk omdat hij eind jaren zeventig de lege heuvelruggen aan de Aziatische kant van Istanbul opkocht en er flats bouwde voor de nieuwkomers. Een woud van beton staat er nu. Tot 1998 bouwde hij zonder enige zorg over de breuklijn. „Zeker de helft zou moeten worden afgebroken”, erkent hij. Toen kwam de beving in Izmit. „Sindsdien kun je alleen vergunningen krijgen als je bouwt volgens strikte voorschriften. De materialen die we nu gebruiken zijn de beste ter wereld.”

De zorg over de gebouwen die in het vorige millennium zijn gebouwd leidde in 2006 tot het ‘masterplan voor Istanbul’. Daarin staan tal van aanbevelingen die de stad beter moeten voorbereiden op een aardbeving. Winkelstraten moeten opnieuw ontworpen worden. De gewoonte van bouwondernemers om op de begane grond alle steunmuren in te wisselen voor winkelruiten en slanke pilaren is dodelijk. Scholen door de hele stad worden doorgemeten en gestut. Scholieren krijgen aardbevingsles. Huisbazen met illegale bouwsels krijgen bezoek.

Op papier staat dat leuk, waarschuwt ingenieur Cantekin. „Maar in praktijk wordt er natuurlijk nog steeds aan de regels getornd. In Istanbul gaat het aantal verdiepingen vaak gelijk op met de verkiezingen. Bij elke verkiezing mag er toch weer gebouwd worden van de lokale bestuurder.”

Dus leert Istanbul leven met het idee dat hele wijken de verwachte grote beving niet overleven. Het antwoord in Zeytinburnu, en veel andere buurten, zijn mobiele containers, uitgerust met alle benodigdheden in de eerste uren na de aardschok. Generatoren, bijlen, helmen, touwen, zaklantaarns. „Tijdens de aardbeving in het Japanse Kobe in 1995 werd 79 procent van de slachtoffers gered door zijn eigen buren”, zegt ingenieur Cantekin, die betrokken is bij het buurtproject. „Hulpverleners maken veel minder verschil dan we denken. De enige op wie we kunnen vertrouwen, zijn we zelf.”