Hier vecht Noord tegen Zuid

Opnieuw vielen er dit weekeinde honderden doden in het Nigeriaanse Jos.

De stad ligt op de scheidslijn tussen Noord en Zuid, moslim en christen.

Er was een tijd, zo memoreerde journalist Charles Kumolu van de Nigeriaanse krant Vanguard gisteren, dat Jos beroemd was om zijn toerisme en zijn tinmijnen. „Maar vandaag de dag”, zo schrijft Kumolu, „is de stad berucht als killing field.”

Zondagochtend werden enkele honderden, overwegend christelijke burgers in alle vroegte omgebracht door overwegend islamitische omwonenden. In een paar uur tijd werden mannen, vrouwen en kinderen doodgeschoten en neergeslagen met machetes. De aanval was volgens lokale bewoners een wraakactie voor de dood van een paar honderd moslims in januari.

En zo gaat het al jaren: in november 2008 vielen bij vergelijkbare botsingen honderden doden. In 2001: ook al honderden doden. Precieze aantallen zijn er nooit.

Waar komt dit geweld vandaan? En waarom herhaalt het zich keer op keer?

In een versimpelde, schematische wereld draait het conflict in Jos om Noord tegen Zuid. Om moslims tegen christenen.

Jos is de hoofdstad van de deelstaat Plateau State, op de denkbeeldige grens tussen het islamitische noorden en het overwegend christelijke zuiden van Nigeria. De religieuze scheidslijn speelt een rol, maar er zijn ook etnische, politieke, economische, culturele en historische tegenstellingen in het spel.

Wat het nog extra ingewikkeld maakt is dat Nigeria met 149 miljoen inwoners en dan 250 bevolkingsgroepen een van de ingewikkeldste etnische mozaïeken van Afrika is, en met de inkomsten uit de olieverkoop een van de meest corrupte, scherpst in arm en rijk verdeelde landen op het continent. Jos is de plek waar deze tegenstellingen elkaar ontmoeten en versterken. De stad is het kristallisatiepunt van Nigeria. Of, zoals de website van Plateau State het noemt, „een miniatuur-Nigeria”.

De religieuze en etnische tegenstellingen ontstonden begin vorige eeuw, toen moslims van de Hausa en Fulani sprekende gemeenschappen vanuit het noorden naar Jos trokken, op zoek naar werk in de tinmijnen van de Britse kolonisten, die het islamitische noorden en het toen nog goeddeels animistische zuiden samenvoegden. De lokale bevolking van Plateau State – Birom, Anaguta en Afisare – leefde vooral van de landbouw en liet zich door de Britten kerstenen.

Sommige boeren voelen zich nu in hun bestaan bedreigd door de economische dominantie van de Hausa en Fulani. En ook door de toenemende bevolkingsdruk, die zij associëren met de komst van Hausa sprekende nomaden die op zoek zijn naar grond voor hun vee.

De historisch gegroeide verschillen werken in meer opzichten door. Christelijke bestuurders in Plateau State ontzegden in 1999 moslims het zogeheten autochtonencertificaat. ‘Autochtonen’ betalen minder schoolgeld, krijgen studiebeurzen voor de staatsuniversiteit en kunnen solliciteren bij de lokale overheid. Dat certificaat is overal in Nigeria van kracht, maar wordt volgens moslims in Plateau State discriminerend gebruikt. Omdat de moslims afstammen van kolonisten uit het noorden, hebben ze volgens christenen minder rechten dan de afstammelingen van lokale bewoners.

De onderlinge verschillen hebben ook politieke dimensies. Moslims in Plateau State gelden als aanhangers van de oppositionele All Nigeria People’s Party. De christenen stemmen meestal op de People’s Democratic Party (PDP), de regerende partij in Nigeria.

Die verstevigde haar macht toen de christen Olusegun Obasanjo in 1999 na het decennialange militaire bewind van noordelijke generaals werd gekozen tot president van Nigeria. Mede in reactie op de groei van de PDP introduceerden noordelijke deelstaten de islamitische wetgeving, de shari’a, in het strafrecht. Als een tegenwicht tegen zuidelijke invloeden. De scheidslijn tussen Noord en Zuid werd nadrukkelijker getrokken. Met Jos precies op die lijn.

Ook op lokaal niveau is de macht van de PDP toegenomen. Die lokale posities zijn in het federale Nigeria gewild. Naar schatting 80 procent van het bruto binnenlands product – waar veel oliegeld in zit – stroomt door het politieke systeem. Corrupte politici en zakenlui mobiliseren arme jongeren voor gewelddadige acties door etnische en religieuze sentimenten aan te wakkeren.

De gouverneur van Plateau State, de christen Jonah Jang (van de PDP), stelde in november 2008 een commissie in die de oorzaken van het geweld moest onderzoeken. Een van de conclusies was dat in 1991 toenmalig juntaleider generaal Ibrahim Babangida nieuwe bestuurslagen in Jos had gecreëerd om de Hausa en Fulani te bevoordelen. Een van de adviezen van Jangs commissie luidde dat de verschillende bevolkingsgroepen een evenwichtiger stem moesten hebben in de plaatselijke politiek.

Niet dat dat advies veel uitmaakte: de commissie werd geboycot door de plaatselijke moslimraad die gouverneur Jang wantrouwt. De federale onderzoekscommissie die werd opgezet door president Umaru Yar’Adua – een noorderling – genoot omgekeerd weinig vertrouwen van de christenen.

Yar’Adua, die al maanden ernstig ziek is en niet meer in het openbaar is gesignaleerd, wordt sinds vorige maand vervangen door Goodluck Jonathan, een christen uit het zuiden van Nigeria. Yar’Adua werd in 2007 president, en een ongeschreven regel in Nigeria luidt dat de presidentiële macht tussen noord en zuid pas na acht jaar wisselt. Sommige noordelijke politici en zakenlui menen nu dat ‘het zuiden’ te snel de macht in handen krijgt. De PDP, de partij van zowel Yar’Adua als Jonathan, wil daarom dat een noorderling volgend jaar kandidaat is bij de verkiezingen.