Hee! Stilte, zeg ik toch!

Wat heeft het bestaan van stiltecoupés voor effect op het gemiddelde geluidsniveau in de Nederlandse treinen? Je zou zeggen dat het erdoor afneemt, maar is dat eigenlijk wel zo?

Ik kom op die vraag door twee collega’s, regelmatige treinreizigers. De ene vertelde dat ze in een stiltecoupé had gezeten waar twee jongens rustig zaten te kletsen (want de meeste mensen praten gewoon door een stiltecoupé heen) en een jonge vrouw nauwelijks hoorbaar muziek tot zich nam door haar oordopjes.

Tot er een andere vrouw binnenstapte. Die richtte zich eerst tot de jongens – „dit is een stiltecoupé, hoor!” – en toen dat niet hielp (want jongens) stortte ze zich op de vrouw met de nauwelijks hoorbare muziek. Die moest uit. „Heeft u er écht last van?” vroeg die voor de zekerheid en inderdaad, de net ingestapte vrouw had besloten er écht last van te hebben. Want stiltecoupé.

De vrouw had, voegde mijn collega nog toe alsof dat een relevant detail was, om één broekspijp zo’n klembandje, dat je broek niet vies wordt als je fietst. En misschien was dat ook wel een relevant detail. Als ik zo’n broekbandje zie denk ik ook: dat is zo iemand die al fietste toen nog bijna niemand voor het milieu was, maar die eigenlijk vooral de eigen spullen wil beschermen. In die zin heeft het een soort signaalfunctie, net als van die polsbandjes van mensen die tegen ziektes of armoe zijn, of naar LowLands zijn geweest. En het signaal is: pietlut.

De pietlut is dol op de stiltecoupé, want die geeft extra gelegenheid tot klagen. Sterker nog, de stiltecoupé maakt een beetje een pietlut van ons allemaal. Je ergert je toch meer als iemand telefoneert in een stiltecoupé, merkte de andere collega op. In een gewone coupé ga je lekker zitten luisteren. Maar laatst, vertelde hij, hadden een medereiziger en hij heerlijk samenzweerderig telefoongesprekken gevoerd in een stiltecoupé. Als stoute schooljongetjes.

Dus neemt het absolute geluidsniveau nou af of toe door stiltecoupés? Ze lokken uit tot hardop zeuren en tot recalcitrant bellen als er niemand bij is, en verder lijken de meeste mensen niet door te hebben dat ze bestaan. Jammer. Ik was zo’n fan.

Ellen de Bruin