Googlen in ruil voor je gegevens is geen slechte deal

Juist omdat Google gegevens opslaat, zijn de diensten ervan zo populair.

Het is best handig dat Google Maps onthoudt waar jouw route altijd begint.

Volgens een onderzoekje van Nature News onder wetenschappers in China denkt 84 procent van hen dat hun werk schade zou oplopen zonder Google, stond op 26 februari in nrc.next. Twee next-redacteuren namen de proef op de som en besloten een week zonder Google-producten te leven. Dat viel niet mee, bleek uit hun stuk op 1 maart. ‘Google-scepticus’ Geert Lovink mocht vervolgens wijzen op het probleem van de groeiende macht van Google en onze afhankelijkheid ervan.

Maar wat is nu precies het gevaar? Machtige ICT-bedrijven blijven niet eeuwig groot. Microsoft had lange tijd effectief een monopolie, maar moet zijn positie nu delen met Apple. Wie met iets gebruiksvriendelijkers (en mooiers) komt, is van harte welkom op de ICT-markt.

Schendt Google dan onze privacy? Volgens Lovink zou Google lijden aan ‘data-obesitas’: zoveel mogelijk van onze gegevens verzamelen (zoals zoek- en surfgedrag, onze contacten), om die door te verkopen aan derden. Of natuurlijk in te zetten voor de optimalisatie van de eigen diensten.

Wie dat hoort, zegt natuurlijk direct ‘nee’ als hem of haar gevraagd wordt om daarmee akkoord te gaan. Maar er wordt ons niets gevraagd, en juist daarom is Google zo groot geworden. In ruil voor een e-mailaccount zonder voelbare grenzen en kaarten van ieder gehucht ter wereld, inclusief foto’s op straatniveau, willen wij best een zoekopdrachtje delen. Niet alleen omdat we dan niet hoeven te betalen, maar ook omdat het best handig is als Google Maps onthoudt op welk adres jouw routebeschrijvingen altijd starten.

Nieuwe Google-diensten, zoals Buzz, Wave en browser Chrome werken nog niet optimaal maar hebben de potentie om zo gebruiksvriendelijk te worden dat alleen Apple met ze zou kunnen concurreren. En dat is juist omdat ze weten wat ons allemaal bezig houdt. Als gebruiker wil je dat. Precies zoals de next-redacteuren bewezen hebben.

Kijk ook eens naar de voordelen: Google Books als online boekendatabank fungeert ook als kosteloze promotie van je werk en van je naam. En noem het eens een vergaarbak van kennis die beschikbaar is voor iedereen met een internetverbinding. Niet voor niets spreken we van ‘sociale’ media: de toegang tot Google Books in ontwikkelingslanden kan snellere vooruitgang betekenen.

Wie Google nu nog steeds wil omzeilen, kan van een alternatieve zoekmachine gebruik maken of ervoor kiezen geen YouTube-filmpjes te bekijken. Maar wie dat zichzelf aan wil doen, komt er vanzelf achter dat ‘betalen’ voor de diensten van Google met zoekgegevens helemaal niet zo’n slechte deal is.

We moeten stoppen met angst zaaien voor bedrijven als Google. Google voorziet simpelweg in een behoefte. Schendt Google echt onze privacy? Wij internetgebruikers moeten eerst eens goed nadenken over wat we precies verstaan onder privégegevens, voordat we ons aangetast voelen in onze privacy. En niet Google de schuld geven van onze aangeboren angst voor nieuwe media.

Iris van der Spoel is studente Nieuwe Media en Digitale Cultuur (Master) aan de Universiteit Utrecht