Geert Wilders wordt gemeenteraadslid

De PVV-leider neemt toch plaats in de gemeenteraad van zijn woonplaats Den Haag.

Maar is het dubbelmandaat – dus raadslid én Kamerlid – ook praktisch te doen?

Hij zei vorige week nog dat hij het niet zou doen. Maar afgelopen weekeinde bedacht Geert Wilders zich. Gisteren maakte hij bekend dat hij toch plaatsneemt in de gemeenteraad van zijn woonplaats Den Haag. De voorman van de Partij voor de Vrijheid (PVV), die als lijstduwer op de kandidatenlijst stond, kreeg bij de gemeenteraadsverkiezingen van vorige week 13.636 voorkeurstemmen. Hij gaat het raadslidmaatschap combineren met het fractievoorzitterschap voor de PVV in de Tweede Kamer. Naast Wilders komen nog drie PVV-Kamerleden in de gemeenteraad: Sietse Fritsma en Richard de Mos in Den Haag, Raymond de Roon in Almere.

Tweede Kamerlid zijn én gemeenteraadslid, het is toegestaan. Maar is een ‘dubbelmandaat’ praktisch ook te doen? De PVV heeft negen zetels in de Tweede Kamer en dat betekent dat de Kamerleden zware portefeuilles hebben. Fritsma voert het woord over immigratie en integratie, een van de belangrijkste dossiers van de PVV. De Roon is woordvoerder justitie en buitenlandse zaken. Fritsma en De Roon waren lijsttrekker voor de gemeenteraadsverkiezingen en worden nu fractievoorzitter in respectievelijk Den Haag en Almere. Zelf voorzien zij geen problemen. „Het is gewoon een kwestie van hard werken.”

Dat is het zeker, beaamt VVD’er Frans Weekers, die de functies al jarenlang combineert: hij is Tweede Kamerlid én gemeenteraadslid in het Limburgse Weert. Vorige week werd hij daar met voorkeurstemmen gekozen. Jarenlang was hij VVD-fractievoorzitter in Weert en reisde hij elke dag op en neer naar Den Haag voor het werk in de Tweede Kamer. „Het is te combineren”, zegt hij, „maar het is absoluut zwaar. Het legt een heel zware hypotheek op je privéleven.”

Ook Helma Neppérus, eveneens VVD-Kamerlid, weet wat een „lastige combinatie” het is. Zij was tot voor kort gemeenteraadslid in Voorschoten. Bij de afgelopen verkiezingen was Neppérus lijstduwer. Ze raadde kiezers dringend aan op anderen te stemmen en dat heeft ertoe geleid dat ze niet in de raad is gekomen. „Ik vind het mooi geweest”, zei ze voor de verkiezingen. „Je laatste vrije avond gaat eraan. Dat had ik onderschat.”

Vroeger was het dubbelmandaat een veelvoorkomend verschijnsel, vertelt Joop van den Berg, emeritus hoogleraar parlementaire geschiedenis. Sommigen hadden zelfs een driedubbelmandaat: zij waren Kamerlid, gemeenteraadslid en lid van Provinciale Staten. Het beroemdste voorbeeld is Willem Drees. De sociaal-democraat was in de jaren voordat hij van 1948 tot 1958 minister-president was tegelijkertijd lid van de Haagse gemeenteraad, van de Provinciale Staten van Zuid-Holland en van de Tweede Kamer.

Het dubbelmandaat sterft langzaam uit, zegt Van den Berg. De functies vragen meer tijd dan vroeger. Ook staan politici sinds het televisietijdperk meer in de schijnwerpers. Sinds de jaren zeventig is het Kamerlidmaatschap een fulltimebaan. Plenaire vergaderingen vinden plaats op dinsdag, woensdag en donderdag. Op de andere dagen leggen parlementariërs werkbezoeken af, lezen dossiers of bereiden zich voor op debatten. Hoeveel uur het gemeenteraadswerk kost, verschilt per raadslid. In grote steden is dat al gauw meer dan twintig uur per week.

Volgens Cocky Kuipers, lijsttrekker voor D66 in Almere, bagatelliseert haar tegenstander De Roon het raadswerk. „Als hij het ziet als een soort volkstuintje, vind ik dat beledigend.” Ook Marjolein de Jong, fractievoorzitter van D66 in Den Haag, vindt de dubbelfunctie van „dedain” voor de gemeenteraad getuigen.

Dan is er het logistieke probleem: zowel de Haagse als de Almeerse gemeenteraad vergadert op donderdag, een dag waarop debatten in de Kamer plaatsvinden. „Fritsma kan vanuit de Kamer nog even op en neer rennen naar het stadhuis in Den Haag”, zegt Frans Weekers. „Maar als De Roon in de spits met de auto op en neer moet naar Almere, is hij wel een tijdje onderweg.” Hijzelf kon in de trein stukken lezen, vertelt Weekers. Lachend: „Eigenlijk moet De Roon een auto met chauffeur hebben, maar zo lucratief is een dubbelmandaat niet.”

Kamerleden mogen hooguit 14 procent bovenop hun schadeloosstelling – van circa 93.000 euro bruto per jaar, exclusief eindejaarsuitkering – bijverdienen. Hoeveel een raadslid verdient verschilt per gemeente. Maar als dit meer is dan die 14 procent, wordt de helft op hun inkomen gekort.