Eerst nog nachtje slapen over nieuwe camera

Klanten aan de Utrechtste Lijnmarkt zijn sinds de crisis voorzichtiger met hun aankopen geworden. Maar veel mensen komen uiteindelijk wel terug.

Nee, de economische recessie heeft geen invloed op zijn uitgavenpatroon, zegt Olaf Straus (43). Hij grijnst: „Ik ben directeur van een incassobureau.” Niet dat hij zoveel extra werk heeft – „ik doe hypotheken” – maar zijn inkomen is stabiel.

Straus staat op het punt zich zijn eerste maatpak te laten aanmeten in de winkel van Tailors & co aan de Lijnmarkt 28 in Utrecht. Hij was nooit tevreden met confectiepakken. Ze pasten niet goed of sleten te snel. Hij kijkt naar zijn buik. „Met mijn omvang en postuur is het ook niet makkelijk een goed pak te vinden.”

De keus uit een stalenboek met stoffen is al gemaakt: het wordt een donkergrijs zakenpak met twee knopen en steekzakken. Hij is hier op afspraak. „Een pak aanmeten kost vrij veel tijd”, zegt de verkoper. Over drie weken is het klaar. Straus denkt dat hij 800 tot 900 euro gaat betalen. Voor dat geld krijgt hij er wel een tweede broek gratis bij, zegt de verkoper. „Geen geld”, roept hij. Straus knikt instemmend.

De echte winterkou is voorbij, maar het winkelend publiek laat zich op deze druilerige koopavond niet in groten getale zien. Sommige winkeliers van de Lijnmarkt weten dat en nemen niet de moeite open te blijven. Hun winkels blijven donker.

Het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) meldt dat het consumentenvertrouwen de laatste paar maanden licht is gedaald. En over het economische klimaat in het komende jaar zijn consumenten veel minder optimistisch dan een jaar geleden. Door de crisis zijn huishoudens terughoudend met uitgaven, blijkt uit verkoopcijfers. Vooral aan duurzame goederen besteden ze minder.

Dat merken de ondernemers aan de Lijnmarkt ook. Klanten aarzelen meer, zeggen de winkeliers. Ze hangen vaker een jas of jurk terug. Ze willen vaker een nachtje slapen over een camera of een paar schoenen. Maar veel mensen komen uiteindelijk wel terug.

Deze koopavond blijken de meeste klanten uit Utrecht te komen. Zoals Ruben Hurkens en Fleur Wepster. Ze hebben lang met een verkoper van Foto Boekhorst staan praten. Die gaf hun uitleg over een digitale spiegelreflexcamera. Hun oog is gevallen op de Nikon D5000. „We moeten er nog wel een nachtje over slapen hoor”, zegt Fleur. Ruben vertelt dat ze op zoek zijn naar een snelle camera. „Omdat alle foto’s van haar mislukten.” Hij wijst op de negen maanden oude Luna die in de kinderwagen ligt te slapen.

Ze zijn speciaal naar de fotozaak gekomen omdat ze hier zoveel meer uitleg krijgen dan op internet of bij de Mediamarkt. „Daar koop je een camera zoals je een brood koopt”, zegt Ruben. „Maar hier kun je zelfs een cursus doen waarin je leert met het toestel om te gaan”, vult Fleur aan.

De camera die ze op het oog hebben kost 825 euro. Ze zijn tweeverdieners, maar met zo’n aanschaf zouden ze wachten als ze niet een schenking hadden gekregen van een overleden oma. „We gaan voor een goede aankoop waar we langer mee doen.”

„Die komen wel terug”, zegt de winkelmedewerker van Foto Boekhorst als ze weg zijn. Hij zegt dat mensen door de crisis langer willen nadenken over hun aanschaf. Maar hij vindt het een uitdaging: „Nu kan ik mijn talenten als verkoper ten volle ontplooien.”

Eerder die avond heeft hij Anita Salarony en haar partner Hans proberen te verleiden tot een aankoop. Die willen een goudkleurige Canon 200 van 299 euro. Hetzelfde verhaal: ze hebben zich „uitvoerig laten informeren”, maar gaan straks ook nog even langs bij de Mediamarkt. En daarna thuis alles op een rijtje zetten. Anita: „Je kunt je geld maar een keer uitgeven.”

De verkoper is voor haar een reden om terug te komen. Die is zo bij de tijd. Maar als hetzelfde apparaat bij de Mediamarkt 50 euro goedkoper is, moet Hans er nog even over nadenken. En de service dan? „Voor dat geld trek ik die vriend van de Mediamarkt wel over de toonbank.”

Foto Boekhorst zit in een ruim hoekpand met veel glas. Het zit dichter bij het centrum en op de looproute van Hans en Anita Salarony. Ze weten niet dat er nog een ander fotozaakje verderop in de straat zit: Foto Patent.

Daar staat Kay van Geuns met een Sony Alpha 550 van 697 euro in z’n handen. Hij koopt vanavond nog niets.

Hij staat expres bij het smalle, overvolle Patent binnen, en niet bij Boekhorst. „Het professioneel hobbyisme van deze winkel spreekt me aan.” Zes jaar geleden kocht hij hier een camera, maar die is net gestolen.

Hij gaat misschien nog wel bij de Mediamarkt langs, maar eigenlijk komt hij daar niet graag. „Voor de emotie heb ik wel wat over. Ze duwen je niets door de strot. En je kunt hier terugkomen.”

Van Geuns is, net als Straus van het maatpak, vaste klant aan de Lijnmarkt. Vaste klanten eten bij Bis, kopen hun brillen bij Optical Art, hun espressomachines bij Van Pommeren, wol bij Modilaine en chocola en spulletjes bij de Fair Trade winkel. Allemaal eten ze een gebakje bij Bond & Smolders.

Er zijn ook passanten die niet aan de Lijnmarkt kopen. Jan de Kievid, sportief gekleed, koopt zijn kleding bij warenhuizen met ruime keuze, zoals de V&D en Peek en Cloppenburg, zegt hij. Aan de Lijmarkt vindt hij het aanbod te beperkt. Een moeder met twee puberzoons zegt dat de enige jongenskleding aan de Lijnmarkt bij Image op nummer 23 te koop is, en die is te duur. Een tienermeisje haalt haar schouders op: er zit geen H&M.

Wie een dagje slenterend naar kleding zoekt, is in de Lijnmarkt snel klaar. De straat ligt bovendien uit de looproute. Er zou hier nog een bekende kledingwinkel moeten komen, zegt een stel dat bij Image koopt. Die zou mensen trekken.

Femke Prost, vaste klant in de straat, is hier niet voor kleding. Ze zit bij dokter Yuan Su, de Chinese acupuncturist, voor een zere nek. „My speciality!”, benadrukt Su.

Vorige week liep ze langs het kleine pandje en stapte ze in een opwelling binnen. Binnen vijf minuten lag ze op de bank. „Hij is erg doortastend.” De kruiden en de behandeling lijken aan te slaan, daarom is ze terug. „Ik heb een week lang braaf alle Chinese medicijnen geslikt. Heel vies.” Maar dat zegt dokter Su ook: „It’s horrible.”