Een hogere weerstand voor de kip, en voor de bacterie

Kippenfokkers gebruiken al jaren het antibioticum ceftiofur. Dat mag niet, maar bijna niemand wist dat. Nu moet het afgelopen zijn, vinden deskundigen.

Nederlandse kuikens krijgen sinds midden jaren 90 antibiotica toegediend die niet voor pluimvee zijn toegelaten. Het gebruik heeft er voor gezorgd dat vleeskippen besmet zijn met resistente bacteriën. Die antibioticaresistentie is een gevaar voor de volksgezondheid. Varkens en kalveren hebben al Nederlanders besmet met de resistente MRSA-bacterie.

Wetenschappers waarschuwen al sinds eind jaren 80 tegen overmatig gebruik van antibiotica in de veehouderij. In Nederland is het gebruik echter niet verminderd, regelgeving en afspraken met boeren ten spijt. In gewicht gemeten gaat in de veehouderij ongeveer tien keer zo veel antibiotica om als aan mensen wordt gegeven. Vanochtend werd een rapport gepresenteerd met adviezen om het antibioticagebruik op boerderijen te verminderen [zie inzet].

Vrijdag kondigde de Koninklijke Nederlandse Maatschappij voor Diergeneeskunde (KNMvD) specifieke maatregelen aan. Dierenartsen zouden stoppen met het toepassen van penicilline-achtige antibiotica bij pluimvee. Deze ‘cefalosporinen’ worden bij mensen gebruikt om hardnekkige infecties te behandelen, zoals aan de urinewegen.

Er is maar één cefalosporine algemeen in gebruik bij kippen, en dat is ceftiofur. Boeren gebruiken het sinds de jaren 90 om de weerstand van eendagskuikens te verhogen. Maar dat gebruik is verboden, zegt hoogleraar Dik Mevius. KNMvD-voorzitter Ludo Hellebrekers vindt het gebruik niet naar de geest van het Diergeneesmiddelenbesluit, maar weet niet zeker of het ook tegen de letter is.

Volgens Mevius was het zeker tot 2008 onbekend dat ceftiofur in feite een verboden middel is. Het is buiten de Europese Unie wel toegelaten, en er is sinds de jaren 90 gewoon reclame voor gemaakt. Onrust over het gebruik ontstond pas de afgelopen één à twee jaar, omdat wetenschappers ontdekten dat er steeds meer resistentie tegen cefalosporinen bij Nederlandse vleeskippen voorkomt.

Kippenboeren die kuikens voor de fok leveren, injecteren ceftiofur in de kuikens of al in de eieren. Dat is een standaardbehandeling; kuikens zouden er een betere weerstand door krijgen. Er gaan altijd vleeskuikens dood in hun eerste levensdagen, omdat ze dan gevaccineerd worden tegen ziektes. Daarnaast zijn er boeren die ceftiofur in de stallen sprayen.

„Toediening via een spray en in eieren is zeker niet toegestaan”, aldus Mevius, „en het is evenmin bekend of dat werkt.”

Dierenarts Albert Vink, voorzitter van de KNMvD-vakgroep Gezondheidszorg Pluimvee, noemde het gebruik vorige week in het Tijdschrift voor Diergeneeskunde „uit den boze”. Eventueel zouden kippen een injectie met het middel mogen krijgen, maar alleen als het noodzakelijk is en er geen alternatief is. Dat staat in het Nederlandse Diergeneesmiddelenbesluit. Volgens Mevius is van zo’n toepassing hier geen sprake. „Je spuit in gezonde dieren.”

Gevolg van het gebruik is dat steeds meer kippen bacteriën bij zich dragen die resistent zijn tegen cefalosporinen. Het resistentiepercentage steeg van 3 in 2003 tot meer dan 20 in 2007. Ook huisartsen en ziekenhuizen zien vaker mensen met resistente bacteriën.

Uit het buitenland is bekend dat cefalosporineresistentie afkomstig kan zijn uit de veehouderij; in Nederland loopt zulk onderzoek nog. Artsen zijn bezorgd dat infecties met resistente bacteriën slechter kunnen worden behandeld.

Hoogleraar Mevius en KNMvD-voorzitter Hellebrekers benadrukken dat het gebruik van ceftiofur ongewenst is, en zou moeten stoppen. Omdat het gebruik ook verboden is, kan de Algemene Inspectie Dienst een onderzoek instellen en proces-verbaal opmaken.

Mevius waarschuwt ook voor gebruik van ceftiofur in varkens en runderen. Bij die dieren mag ceftiofur wel gebruikt worden, maar ook daar is het gevaar groot dat op boerderijen bacteriën ontstaan die resistent zijn tegen antibiotica.