Dreigend banenverlies bij energieverbruikers

De komende tien jaar dreigen in Nederland 15.000 banen te verdwijnen in industrieën die grootverbruikers van energie zijn, als gevolg van relatief hoge stroomprijzen. Met name kunststoffenproducenten worden getroffen.

Dat blijkt uit een vandaag verschenen rapport van adviesbureau Roland Berger. Het banenverlies is gebaseerd op een analyse van de huidige, en verwachte toekomstige stroomprijzen in Nederland en omringende landen. Nederland heeft veel gascentrales en zal volgens het adviesbureau de komende decennia meer moeten betalen om zijn CO2-uitstoot terug te brengen dan bijvoorbeeld Frankrijk en Duitsland, waar veel kerncentrales zijn. Kerncentrales stoten amper CO2 uit. Daardoor wordt elektriciteit in Nederland verhoudingsgewijs duurder. Dat zorgt voor een concurrentienadeel. Bij energie-intensieve bedrijven maakt stroom tot wel 50 procent van de kosten uit.

Volgens het rapport wordt vooral de kunststofsector getroffen. Daar verdwijnen 11.000 van de in totaal 15.000 banen. In Nederland richt de sector zich sterk op bulkproductie en is daardoor gevoelig voor hogere stroomprijzen. Ook bij bedrijven in de metaalsector verdwijnen naar verwachting duizenden banen.

Om op korte termijn de concurrentiepositie te verbeteren zou de industrie volgens Roland Berger grensoverschrijdende contracten moeten kunnen sluiten, zodat uit Frankrijk of Duitsland voor langere tijd kernenergie kan worden geïmporteerd. Nu worden die contracten alleen binnenslands afgesloten. Op langere termijn zou een extra kerncentrale in Nederland gunstig zijn voor de concurrentiepositie van de energie-intensieve industrie. Werkgeversorganisatie VNO-NCW lobbyt al jaren voor een extra kerncentrale.