Die schande moet Nederland bespaard blijven

Het is nog moeilijk wennen aan de gedachte dat voor het eerst in de geschiedenis een extreem-rechtse partij de grootste van Nederland kan worden. Wie dat tien jaar geleden had voorspeld, was voor gek versleten. Nu moet iedereen serieus onder ogen zien dat de mogelijkheid niet langer denkbeeldig is.

Tien jaar geleden waren alle ogen gericht op Oostenrijk. Daar was de Vrijheidspartij van Haider door de christen-democraten opgenomen in de regering (zij het dat Haider zelf erbuiten bleef). Ontsteltenis in heel Europa. Gedurende enkele maanden weigerden de andere EU-landen officiële contacten met de Oostenrijkse regering. Overwogen werd zelfs het land als lid van de EU te schorsen. De liberale minister van Buitenlandse Zaken van België, Louis Michel, waarschuwde dat extreem-rechts iedereen in een klassieke val wilde lokken door zich democratisch voor te doen om zich respectabel te maken.

Na drie jaar verdween de inmiddels gescheurde Vrijheidspartij weer uit de Oostenrijkse regering, zoals hier later ook met de LPF gebeurde. Er lijkt dus wel iets te zeggen voor het argument dat regeringsdeelname het beste oplosmiddel is voor populistisch rechts.

In elk West-Europees land, met uitzondering van Duitsland, ligt als gevolg van de pijnen en stuipen waarmee de immigratie uit islamitische landen gepaard gaat, een substantieel deel van de stemmen klaar voor xenofobe volksmenners. Maar nergens zijn die erin geslaagd de grootste te worden. In Oostenrijk haalde de partij van Haider op haar hoogtepunt in 1999 27 procent, maar de sociaal-democraten bleven de grootste: de christen-democraten die op de derde plaats kwamen, gaven de voorkeur aan een coalitie met de Vrijheidspartij.

Het bijzondere aan de Nederlandse situatie is dat de PVV met circa 25 zetels (vergelijkbaar met de LPF in 2002) de grootste partij kan worden en daarmee het initiatief bij de kabinetsformatie naar zich toe kan trekken dankzij de gelijktijdige afkalving van de traditionele partijen.

Nederland heeft in vergelijking met bijvoorbeeld Oostenrijk of België pech met de Wilderiaanse variant van rechts populisme. Onze populist runt een eenmansbedrijf. Dus de gebruikelijke partijscheuringen zitten er vooralsnog niet in. De vraag of de PVV zich alleen maar democratisch voordoet om een schijn van respectabiliteit te verwerven – wat de Belg Michel de ‘klassieke val’ noemde – is bovendien hier niet aan de orde. De aanval op de parlementaire democratie is immers niet van Wilders afkomstig, maar van de moslimfundamentalisten die hem naar het leven staan. Zijn aanwezigheid in het parlement (hij kon een tijdje evenals Hirsi Ali de zittingen niet bijwonen wegens doodsdreigingen) is een monument voor de democratie. Wilders fungeert als boegbeeld van de parlementaire democratie, die nooit voor terreur mag wijken. Hij is wel een partijdictator, maar voorzien van de beste democratische geloofsbrieven. Om die reden ook hebben de andere partijen zich lange tijd terughoudend opgesteld in het debat: een bedreigde collega verdient eerder solidariteit dan kritiek, die ook nog eens als demonisering zou zijn uitgelegd.

Dat gaf Wilders een verdiende voorsprong op zijn concurrenten in de strijd om de erfenis van Fortuyn, zoals Verdonk en Pastors, die naar dezelfde kiezers hengelden. Maar daardoor kreeg Nederland van alle vormen van xenofobie wel de meest rabiate: een die alle integratieproblemen en overige onvrede definieert als consequentie van een wereldwijde godsdienstoorlog. In de verwrongen ideologie van Wilders gaat onder elk hoofddoekje een potentiële terrorist schuil, is iedere moskee een vijandig legerkamp en ligt bij alle islamitische ouders een toekomstige Bin Laden in de wieg.

Daarom is het niet alleen moeilijk te wennen aan de gedachte dat de PVV de grootste partij kan worden, die gedachte is zelfs onverdraaglijk. Als dat gebeurt, dreigt een totale ontwrichting van het politieke maar ook van het sociale leven. Het centrale punt in het programma van de PVV is namelijk de afschaffing van artikel 1 van de Grondwet dat het gelijkheidsbeginsel en het discriminatieverbod verankert. Fortuyn heeft dit als eerste geopperd, omdat hij er een beperking van de vrijheid van meningsuiting in zag. Een kapitale fout. Als de islam een grondslag levert voor de achterstelling van vrouwen en homo’s, dan is juist artikel 1 de garantie voor de juridische bescherming van vrouwen en homo’s in het algemeen en tegen het idee dat de sharia boven de mensenrechten gaat in het bijzonder. Artikel 1 is een tweesnijdend zwaard: het biedt bescherming zowel tegen vrouw- en homovijandige leerstellingen van moslimfundamentalisten als tegen discriminatie van moslims wegens hun geloof.

Als de democratie levensvatbaar wil blijven, moet zij strijdbaar zijn. Dat wil zeggen dat onder geen enkele voorwaarde een partij deel mag krijgen aan de regeringsmacht die artikel 1 van de Grondwet niet respecteert. De verwerkelijking van dit programmapunt van de PVV, in wezen haar enige programmapunt, komt neer op de afschaffing van een fundament van de rechtsstaat waarmee de democratie zichzelf om zeep zou helpen.

Uiteraard zullen de democratische partijen in de verkiezingscampagne de nadruk leggen op hun eigen voorstellen op gebieden als economie en integratie. Zo hoort het ook, die partijen hebben tot taak naar voren te brengen wat zij zelf te bieden hebben. Zij zullen geen negatieve campagne willen voeren, die potentiële PVV-kiezers als vijandig kunnen beschouwen. Maar toch… Ik neem aan dat ik niet de enige ben die zich, meer dan over iets anders, zorgen maakt over de mogelijkheid van een electorale versplintering die erop uitdraait dat de PVV straks als grootste eindigt. Dat zou een schande zijn voor Nederland en een ramp voor de democratie.

Wilt u reageren? Dat kan op nrc.nl/etty