Column over muziek is populistisch

Op de dag van de gemeenteraadsverkiezingen schrijft Rosanne Hertzberger in haar column met de titel Zaagmuziek (nrc.next, 3 maart) dat ze in een bijna lege zaal van het Muziekgebouw aan ’t IJ naar lelijke muziek heeft geluisterd. Op de bijgaande foto steekt ze vingers in haar oren en ze trekt een rechte lijn naar de gemeentepolitiek.

Een sterk staaltje populistisch redeneren: een enkel voorbeeld classificeert alle hedendaagse muziek. Het is aardig te bedenken hoe de muziek van bijvoorbeeld Beethoven ontvangen werd: dit ís geen muziek, was een regelmatig terugkerend oordeel van tijdgenoten.

In Den Haag worden we geconfronteerd met een PVV die net zo gemakkelijk het vermaarde Residentie Orkest een ‘toeterorkest’ noemt en de nieuwe behuizing voor dat orkest, het Nederlands Danstheater en het Koninklijk Conservatorium een ‘cultuursilo’.

Verontrustend is dat andere partijen zo moeizaam een antwoord formuleren, terwijl het zo simpel is: op ons conservatorium zijn wij bezig jonge mensen de taal van de kunsten te leren spreken. Die taal is oneindig veel genuanceerder dan de taal die de meeste politici bezigen, en tegelijk is ze zoveel beter in staat om te spreken over de pijn en de vreugde van het menselijk bestaan. Daarmee worden mensen bereikt en gemeenschappen verbonden.

Elk kind is ontvankelijk voor muziek. Maar in Nederland zeggen we dat, als ouders dat wensen te ontwikkelen, ze daar zelf voor moeten betalen. En zo maken we kunst en kunstbeleving elitair.

Dat Hertzberger het concert niet kon waarderen is op zich alleen maar leuk. Over smaak valt heerlijk te twisten. Maar het gebrek aan opvoeding valt tegen. Dat er op basis daarvan ook nog populistische politieke oordelen geveld worden stemt droevig – letterlijk.

Susanne van Els

Coördinator Klassieke Muziek

Koninklijk Conservatorium Den Haag