Bos vol Blut & Boden symboliek

Expositie: Schwarzwald. T/m 14 maart, Energiehuis, Dordrecht. Inl: www.schwarzwald.info ****

Schwarzwald, een groepstentoonstelling van gastcurator Arno Coenen in het Dordrechtse kunstcentrum Noordkaap, lijkt wel een kermisattractie. De hoeveelheid werken is overdonderend en betovert de bezoeker; er zijn grote, indrukwekkende tekeningen in zwart-wit, woeste abstracte bomen, een glanzende sculptuur van Bambi. Schwarzwald is een ‘Gesamtkunstwerk’, een expositie in de vorm van een donker woud. Vanaf een podium slingert een pad door het zwarte geboomte van kunstwerk naar kunstwerk.

De keramische objecten van Hans van Bentem, onder meer van een engeltje dat op een stijve pik rijdt, krijgen door de plaatsing in het woud een andere lading: met wat fantasie is het geslacht een paddenstoel. Bezoekers komen op hun boswandeling verder uitgeknipte silhouetten van mensen en dieren tegen, en een houten hut waarin video’s te zien zijn.

Curator Arno Coenen is zelf kunstenaar, animator en videoclipmaker. Hij is vooral bekend om zijn grote kleurige mozaïeken. Coenen heeft een indrukwekkend uiterlijk; met zijn tatoeages en woeste baard lijkt hij op kruising tussen een moslim en een Hells Angel. Deze typering geldt ook voor zijn kunst; Coenen speelt graag met symbolen. Hij is gefascineerd door het angstaanjagende gegil van black metalmuziek en de lichaamsbeschildering die bij deze subcultuur hoort.

De kunstenaars die de ruimte van de voormalige elektriciteitscentrale inrichtten, lieten zich speciaal voor de expositie fotograferen met ‘corpse-paintings’. Ze doen denken aan de gezichtsbeschildering van de hardrockband Kiss maar dan bloediger en smeriger. Ook brouwde Coenen voor de opening 666 flesjes Eurotrash bier die hij in de vorm van een pentagram neerzette.

De opening was een ‘happening’; kunstenaar Martin C. de Waal wist te fascineren door minutenlang bevroren onder een spot te staan, met lang blond haar, zwarte leren kleren, opgespoten lippen en weggewerkte rimpels. Ondertussen zong operazangeres Martina Prins hem gepassioneerd de aria Liebestod van Wagner toe. Op diezelfde opening gebruikten sommige kunstenaars in energieke optredens elementen uit de zwarte metalmuziek, en uit de Oost-Europese volkskunst. Zo was er een houthakperformance en zal de Kroaat Dragan Striskovicop op het slotfeest een stropop verbranden.

Aankomend weekeinde wordt de schokkende documentaire Until The Light Takes Us (2008) vertoond, van de regisseurs Audrey Ewell en Aaron Aites. In de documentaire wordt getoond hoe aanhangers van de Noorse metalscene in de jaren negentig talloze kerken in brand staken. Ook werd er gemoord en met symbolen uit de Germaanse en Amerikaanse (sub)cultuur gespeeld.

Performances bestonden uit onder meer heftige lichaamsbeschilderingen en zelfverminking – gelardeerd met messen en echt bloed. De jonge mannen in de film zijn racistisch, anti-christelijk en op zoek naar ‘puurheid’. Maar na het zien van de film vroeg ik me af of kunstenaars, die gebruik maken van symbolen die door anderen al zo sterk van betekenis zijn voorzien, kunnen opbieden tegen de gruwelen die eraan verbonden zijn. Arno Coenen zet de bezoeker met deze expositie aan het denken over de impact van het letterlijk teruggrijpen naar de Blut & Bodensymboliek.