Besef van de macht van Google groeit

Volgens mediatheoreticus Geert Lovink is Google een cynisch bedrijf dat lijdt aan data-obesitas. „Ik zal nooit inloggen bij Google.”

De ‘buzz’ rond Google Buzz is alweer voorbij. Half februari kreeg Google kritiek nadat contacten uit het persoonlijke Gmail-adresboek openbaar werden gemaakt als gebruikers zich aanmeldden voor de nieuwe dienst Buzz.

Zo gaat het steeds, zegt mediatheoreticus en activist Geert Lovink. Er is even gedoe, media springen op het onderwerp en vervolgens ebt de aandacht weer weg. „Bij ieder incident moeten we weer van voren af aan reconstrueren waar het mis is gegaan. Nu concentreert de aandacht zich even op privacy, maar dat is maar een van de aspecten. Google is zo groot dat het voor een individu onmogelijk is om de strategieën van dit bedrijf volledig te begrijpen.”

Lovink doet zijn best, met het lectoraat Instituut voor Netwerkcultuur, dat hij in 2004 heeft opgericht aan de Hogeschool van Amsterdam. In zijn essay The society of the query and the Googlization of our lives uit 2008 waarschuwt Lovink internetters voor naïef geloof in Google, een bedrijf dat lijdt aan „data-obesitas”. Hij schrijft: „Het voornaamste doel van deze cynische onderneming is om gedrag van gebruikers in de gaten te houden om verkeersdata en profielen te verkopen aan geïnteresseerde derden.” Gebruikers van Google beseffen niet dat de gratis diensten worden ‘betaald’ met informatie over hun surfgedrag.

Nog steeds „dendert de lawine van applicaties” die Google ontwerpt door, maar het aantal mensen dat vraagtekens zet bij het bedrijf groeit, zegt Lovink. „Op sommige punten is meer besef gekomen over de groeiende macht van dit bedrijf.” Zelf e-mailt Lovink met een adres van de Nederlandse provider XS4ALL. „Ik zal zeker nooit inloggen bij Google.”

Lovink maakt zich vooral druk over Google Book Search, wat de grootste digitale bibliotheek ter wereld moet worden. Hij is er voorstander van dat werken van cultureel en publiek belang gedigitaliseerd worden. „Maar dat één bedrijf al ons nationaal erfgoed gaat beheren en daar geld aan gaat verdienen, kunnen we niet toestaan. Ons cultureel erfgoed is niet van Google. Dat is van ons allemaal”, aldus Lovink, wiens boek Dark Fiber uit 2003 grotendeels te lezen is op books.google.com, zonder zijn toestemming. Uitvoering en onderhoud kan volgens Lovink prima worden uitbesteed aan bedrijven, mits de verantwoordelijkheid maar ligt bij overheidsinstellingen als het Nationaal Archief of de Nederlandse bibliotheken.

Het boekenproject is maar één onderdeel van wat Google doet. In Australië bekritiseert Google het regeringsplan voor een internetfilter, in China blijft het de komende jaren meewerken aan het censureren van zoekresultaten. Hypocriet? „Nee, dat is niet het juiste woord. En we moeten Google niet iets verwijten, maar onszelf. Wij denken dat deze twee strategieën niet naast elkaar kunnen bestaan. Wij zijn niet in staat om de vele strategieën van dit bedrijf te begrijpen, laat staan dat we erop kunnen anticiperen.”

Universitair onderzoek loopt volgens Lovink tien jaar achter. „De focus is nu heel erg gericht op het ontwikkelen van alternatieve zoekmachines voor de ouderwetse pc-browser, terwijl de wereld van de mobiele telefonie al twee keer zo groot is als het internet.”

De lector ziet een rol voor de Nederlandse eurocommissaris Neelie Kroes, die sinds vorige maand de portefeuille Digitale Agenda beheert. „Kroes moet al haar expertise en kennis die ze heeft opgedaan bij Mededinging in het dossier-Microsoft nu aanwenden voor Google”, zegt Lovink. „Ik verwijt de EU dat ze het geld voor ICT-onderzoek – miljarden euro’s, meer dan in Amerika – niet strategisch inzetten op het gebied van marktregulatie. Dit zijn compleet gescheiden werelden. Na Google komt vast wel weer een volgende moloch en we moeten eindelijk eens een patroon ontdekken in hoe dergelijke bedrijven werken.”

Essay van Lovink over Google via nrc.nl/buitenland