Aantal internettaps stijgt met 30 procent

Het aantal internettaps bij kleine Nederlandse providers is het afgelopen jaar gestegen met 30 procent. Dat blijkt uit cijfers van de Nationale Beheersorganisatie voor Internet Providers (NBIP). De NBIP telde in 2009 330 tapbevelen van justitie en veiligheidsdiensten. In 2008 waren dat er nog 259. Bij deze klanten werd het volledige internetverkeer gemiddeld 27 dagen lang afgetapt.

De grote providers maken geen cijfers bekend over het aantal internettaps dat ze moeten leggen. De NBIP doet dat wel, omdat ze volgens Alex Bik, voorzitter van de beheersorganisatie, geanonimiseerde gegevens over de 80 aangesloten providers kan verstrekken.

De kleine providers zijn goed voor 5 tot 10 procent van het internetverkeer. Dat zou betekenen dat er jaarlijks in totaal 3.300 tot 6.700 Nederlandse internetters worden afgetapt. Bik vermoedt dat het werkelijke aantal hoger uit kan vallen, omdat het voor criminelen wellicht aantrekkelijker is om bij een grotere partij te zitten.

Providers zijn sinds 2001 verplicht internettaps uit te voeren. De kleine providers delen via de NBIP de kosten die daarvoor gemaakt moeten worden. Volgens Bik zijn er geen voorbereidingen getroffen om de omstreden dataretentie gezamenlijk te regelen – providers zijn verplicht alle gegevens over het internetverkeer van hun klanten zes maanden te bewaren. Het gaat daarbij alleen om de verkeersgegevens, niet om de inhoud van de webactiviteiten.