Wat er werkelijk gebeurde toen ik naar Almere ging

Almere, 3 maart. Het wachten is op de uitslag van de verkiezingen. Heel in de verte is er een groot beeldscherm, een man roept door de microfoon. En dan wordt het muisstil.

Zo had ik het mij voorgesteld, toen ik naar Almere ging voor de uitslagen van de gemeenteraadsverkiezingen: in de tas mijn notitieblokje, een pen en een reserve-pen, paspoort, voor als het rijbewijs onvoldoende was, een tandenborstel, omdat je als razende reporter nooit weet waar je de nacht doorbrengt. In een hotel. Of gevangenis.

Vlak voor de afslag naar het stadhuis een lange file. Collega-journalisten natuurlijk, zelfs ver buiten Hilversum, uit Washington, Londen, Berlijn, een filmploeg van Al-Jazeera. En duizenden verontruste burgers. Een soort ramptoerisme, kun je zeggen; zodra er iets verschrikkelijks gebeurt heb je van die mensen die meteen naar de naar de plek des onheils rijden om het met eigen ogen te zien.

Volle parkeerplaatsen in Almere. Op zulke momenten zet je de auto zomaar langs de kant van de weg en begin je te lopen, achter de massa aan. Daar is het stadhuis, je ziet het, maar je kunt het niet bereiken. Dranghekken. Overal politie. ME-busjes in het donker. Na enig geduw en getrek kom je bij een doorgang: reden van bezoek? Eh, pers.

„Perskaart”, vraagt de beambte bars. Heb ik niet, oké, dan maar verontruste burger. Mensen achter me beginnen te roepen dat ik de boel ophoud. De beambte kijkt me onderzoekend aan, of ik mijn schoudertas wil openen. Hij kijkt naar het notitieblokje, haalt de tandenborstel eruit, wat leidt tot hilariteit bij de omstanders, gebaart ten slotte dat ik door mag.

Een stuk niemandsland tussen dranghekken en draaideur van stadhuis, ik trek een sprintje, bij de deur zelf eerst door een detectiepoortje en mijn schoudertas door een scanner, en dan ben ik eindelijk binnen. Tussen enkele duizenden anderen. Heel in de verte is er een groot beeldscherm, een man roept door de microfoon: „De uitslagen na telling van 27 procent van de stemmen.”

Het wordt muisstil. Zelfs ademen vergeten de aanwezigen. De lampen van de tientallen camera’s floepen aan en zijn gericht op de menigte, vooraan bij het podium. Daar staan de notabelen van Nederland, de wijze mannen en vrouwen die hun verantwoordelijkheid nemen en hier naar Almere zijn gekomen om meteen een helpende hand te bieden, om het volk te kalmeren, te troosten.

De man op het podium: „PVV, 22 procent, PvdA 17 procent.”

Dan breekt hysterie uit. Paniek. Sommigen staren voor zich uit, met een blik van ongeloof, anderen huilen, een enkeling vraagt schreeuwend hoe het zo ver heeft kunnen komen. Mensen houden elkaar vast, iedereen geeft de tranen de vrije loop, de notabelen zijn er, maar de massa is ontroostbaar.

En dit is wat er werkelijk gebeurde toen ik naar Almere ging voor de uitslagen: een doodstille provinciale stad. Aan een allochtone voorbijganger vraag ik de weg naar het stadhuis. Hij neemt de tijd, legt me uit waar ik kan parkeren. Bij de ingang van de parkeerplaats staat een verkeersregelaar die mij vriendelijk verwijst naar een vrij lege parkeergarage. Achter het stadhuis staan drie busjes met schotelantennes op het dak. Bij de draaideur staan zes mensen te roken. Binnen komt een stralende jonge vrouw me tegemoet en overhandigt mij twee consumptiebonnen. Ik kan er meer krijgen als ik wil, zegt ze guitig.

Er hangt de sfeer van een receptie, als het bruidspaar al is vertrokken. Een beetje napraten, gemoedelijk, landerig. Enkele blanke vrouwen dragen demonstratief een hoofddoek, er zijn mensen met partijshirts en -sjaals, voornamelijk PvdA en D66, enkele SP’ers. En heren in pak, zichtbaar CDA en VVD. Geen PVV’er te bekennen. Ik zou niet weten hoe hun sjaal of T-shirt eruitziet.

Op een trapje hebben enkele cameramensen zich opgesteld. Ze kijken verveeld. Journalistiek is een zware bezigheid. Hier en daar een man met een microfoon die aan de aanwezigen vragen stelt. Er wordt lacherig geantwoord. Journalistiek is ook een komische bezigheid.

„PVV, 22 procent, PvdA 17 procent”, zegt de man op het podium. De aanwezigen kijken even op en praten dan gewoon verder. Het valt reuze mee, hoor ik zeggen, de voorspelling was 30 procent voor de PVV.

Niks aan de hand dus, in Almere. In de wereld verliezen we onze naam als beschaafd, tolerant land. Een miljoen Nederlandse moslims moeten zich grof laten beledigen en kwetsen en schofferen. De PVV is onfatsoenlijk en kwaadaardig, maar groeit en groeit. De partij gedraagt zich als een geheim genootschap en vertoont zich zelden in het openbaar. Voelen ze zich bedreigd door de 80 procent die niet op de PVV stemde?

Ik zie die 80 procent overigens niet als potentiële redders van de moslims. De meesten zullen gewoon een andere kant opkijken, terwijl de stadscommando’s hun werk doen.

Vertonen de PVV’ers zich dan uit schaamte zelden in het openbaar, omdat ze diep in hun hart beseffen dat ze heel erg foute mensen zijn? Ik weet het niet. Zoals ik ook niet weet waarom het lidmaatschap van de Rozenkruisers geheim is, of waarom de Ku Klux Klan van die mutsen droegen.