Wat doen winkels met overgebleven kleding?

Kledingwinkels zullen na de uitverkoop wel kleding overhouden, zo bedacht Rutger Storm uit Amsterdam. Wat gebeurt daarmee?

Begin dit jaar schreef de New York Times over een filiaal van kledingketen H&M in Manhattan dat zakken vol kapot geknipte kleding achter de winkel dumpte, in afwachting van de vuilniswagen. Dit kwam het bedrijf op veel kritiek te staan. Hoe kon H&M dit doen in tijden van crisis?

Een woordvoerder zei dat het filiaal op eigen houtje had geopereerd. En dat dit zeker geen H&M-beleid was. Toch ontving de New York Times vervolgens honderden e-mails van mensen die bij grote kledingwinkels werken waar het heel gebruikelijk is dat kleding wordt vernietigd.

Ook kledingwinkels in Nederland geven hun overgebleven voorraad niet direct weg aan de kringloopwinkel op de hoek. Klanten zouden raar staan te kijken als anderen hetzelfde truitje voor slechts een paar euro op de kop kunnen tikken.

Maar wat doen ze er dan wel mee? De publiciteit in de VS lijkt de woordvoerder van H&M Nederland schuchter te hebben gemaakt. „Alle onze mode-artikelen worden via de H&M-winkels verkocht”, laat ze via e-mail weten. Op de vraag hoe H&M dat voor elkaar krijgt, alles verkopen, wil ze ook alleen per e-mail reageren: „Soms betekent dit dat de klant een goede deal krijgt dankzij kortingen.”

Lukt C&A dat ook, alles verkopen? „Nee”, zegt een woordvoerder. „Wij komen redelijk schoon, maar er blijft altijd wel wat over. Je moet dan denken aan enkele duizenden stuks. Die gaan naar het goede doel.” Welk goed doel wil hij niet zeggen.

Ook trendy schoenen- en kledingwinkel Goliath Boetiek in Rotterdam houdt wel eens artikelen over. „Wij sturen de oude modellen via de Sunday Foundation naar kinderen in Sierra Leone die als diamantzoeker werken”, zegt een woordvoerder.

Het goede doel, vooral in de derde wereld, is waar 99 procent van de overgebleven Nederlandse kleding terecht komt, zo schat Guido Koelemij, relatiemanager bij Sam’s Kledingactie voor Mensen in Nood. Ook van de H&M, zegt hij. „Zij schenken aan een stichting in Den Haag.”

Wilmer Heck