Wachten tot de orde is hersteld

Concepción werd zwaar getroffen door de aardbeving van ruim een week terug.

Na de komst van het leger is de orde hersteld, maar er is gebrek aan voedsel en water.

Onder een blauw zeiltje, dat aan zijn auto is gespannen, bivakkeert Fernando Leon nu ruim een week. Pal naast de puinhopen van een ingestort flatgebouw van vijftien verdiepingen, middenin het centrum van Concepción. Ergens onder die stenen massa moet zijn 26-jarige zoon José Luis liggen. Die was in de flat op bezoek bij een vriend toen vorige week zaterdag de Chileense aarde begon te beven.

Fernando doodt de tijd met kaartspelletjes met zijn neven. Hij wacht tot de brandweer en speurhonden, die de puinhopen doorzoeken, zo nu en dan tevoorschijn komen. Daar zijn ze weer, Fernando staat op. Helaas, vals alarm. „Sea como sea”, zegt hij: het is zoals het is. José Luis moet met 15 anderen onder het puin liggen.

Concepción, met een half miljoen inwoners de op één na grootste stad van Chili, oogt als een spookstad. Na een week van chaos en plunderingen is de rust enigszins weergekeerd. Op elke hoek van de onbegaanbare straten staan zwaarbewapende militairen achter afzetlint. Auto’s zijn bedolven onder het puin. ‘Gemeente, help ons, we zijn alles kwijt, niemand komt’, staat op de deur van een half ingestort pand. Straathonden, die in Chili meestal rustig in stadsparken liggen te slapen, rennen blaffend rond.

Afgelopen vrijdag waren in heel Chili ruim 450 doden geïdentificeerd, bijna 2 miljoen mensen zijn dakloos. Het zwaar getroffen Concepción probeert te overleven. Inwoners rapen puin, hulpgoederen worden aangevoerd. Stromend water is er nog steeds niet, ongeveer 60 procent van de huishoudens heeft weer elektriciteit. Rond supermarkten ruikt het naar rottend vlees. Bijna alle winkels zijn dicht, velen zijn leeggeroofd.

„Waar heb je die koekjes vandaan?”, vraagt een oude man op straat. Er is niet veel eten, en de waren die er zijn, worden duur betaald. Vanuit een half verwoeste supermarkt op een straathoek verkopen vrijwilligers tegen sterk verlaagde prijzen voedselpakketten met rijst, zout, spaghetti en melk. Verderop worden flessen water uitgedeeld.

„Het is nu geven en nemen”, zegt een vrouw op een bankje, met een baby van drie maanden oud op schoot. Haar huis is leeggeroofd. „We hadden niks meer, dus ik was blij dat een vriend voedsel voor mijn familie heeft gestolen”, zegt ze. „Als er eerder hulpgoederen waren gekomen was dat niet nodig geweest.”

Een groep mensen baant zich met lege emmers een weg door het puin om bij een waterpomp te komen. Uit de Bio Bio, een rivier buiten de stad, wordt ook gedronken. Het Rode Kruis adviseert het water eerst met een paar druppels chloor te ontsmetten. Sanitaire producten en medische hulpmiddelen zijn schaars. Inmiddels is een apotheek in het centrum opengegaan. Honderden mensen staan in de rij om via een klein luikje, aan weerszijden bewaakt door militairen, medicijnen te kopen. Bij de enige werkende geldautomaat staat een lange stoet mensen.

De inwoners van Concepción stralen ook kracht uit. ‘Fuerza Chile!’ (Chili, vooruit!) staat op veel auto’s geschreven, uit de autoraampjes hangen witte vlaggen. In buitenwijken waar geen militairen zijn, patrouilleren inwoners zelf door de straten, gewapend met geweren, stokken en fluitjes om elkaar tegen dieven te waarschuwen.

„We moeten doorgaan”, zegt slager Luis Vargas. Zijn zaak is leeggehaald. Met een aantal buurtbewoners staat hij om een kampvuur bij de ingang van een straat om rovers af te weren. „Ik wacht nu tot de orde is hersteld. Ik open mijn winkel weer als de plunderingen afgelopen zijn.” Zijn huis is het enige in de buurt met elektriciteit. Er wonen nu zes verschillende families die voedsel en water delen.

Regelmatig zijn er nog naschokken. Ximena Vargas schiet haar huis uit als de trillingen weer beginnen. Ze oogt getraumatiseerd, net als haar kind dat zich aan haar been klemt. „Ze heeft het nog steeds over de aardbeving”, zegt Vargas en tilt het kind op schoot. Anderen zijn inmiddels aan de naschokken gewend. „Het werd tijd”, zegt een hulpverlener na een naschok. Hij schenkt rustig wat koffie in en maakt een schatting: „5 op de schaal van Richter.”

Volgens veel inwoners van Concepción heeft de regering van president Bachelet de gevolgen van de aardbeving onderschat. Het is goed dat het leger de stad heeft ingenomen, maar het leger kwam pas twee dagen na de ramp: te laat. Nu rijden overal pantserwagens met militairen die niet aarzelen om mensen aan te houden.

Om zes uur gaat de avondklok in. Inwoners trekken zich terug in hun huizen om hun spullen te beschermen. Alleen met een speciale pas en een A4’tje met een stempel, kun je nog de straat op. Wie buiten is, wordt streng gecontroleerd en wie geen pas heeft, wordt opgepakt. In Concepción is iedereen een potentiële dief.