Tweede plaats lonkt in opbouwjaar van Jol

Ajax heeft op Spangen geen kind aan Sparta (0-3) en nadert PSV tot op vier punten.

Zondag kan het team van trainer Jol een stap zetten naar de Champions League.

Tot de dag van gisteren was Ajax-trainer Martin Jol terughoudend in het uitspreken van zijn aspiraties voor deze voetbaljaargang. Zeker na de nederlagen van zijn elftal in de uitwedstrijden tegen PSV en FC Twente, maakte hij zich niet al te veel illusies over een goede eindklassering. Jol dacht immers dat beide ploegen geen terugval zouden doormaken, daarvoor achtte hij de weerstand in de eredivisie te zwak. Maar na de eenvoudige overwinning op Het Kasteel tegen Sparta (3-0) en de nederlaag van PSV een dag eerder tegen NAC durfde Jol te stellen dat de tweede plaats hem „best leuk’’ lijkt.

Ajax heeft dit streven ineens voor een belangrijk deel in eigen hand. Zondag kan de achterstand op de Eindhovenaren worden teruggebracht tot één punt in de onderlinge confrontatie in de Amsterdam Arena. Jol noemde eerder dit seizoen PSV meer in balans dan Ajax. Maar na het vertrek van Danko Lazovic uit Eindhoven stelt hij zijn mening iets bij. „Het potentieel van PSV aan goede spelers is wat minder geworden”, zegt de trainer. „De club blijkt echter al jaren in staat een sterke selectie samen te stellen. Daarbij worden goede keuzes gemaakt. Ook wat betreft de vervangers. Anders word je niet zo vaak kampioen.”

Hij zal het nooit hardop uitspreken omdat Ajax het geld van de Champions League hard nodig heeft, maar Jol beschouwde dit seizoen tot nog toe vooral als een opbouwjaar. Ook gisteren werd op Spangen weer duidelijk dat spelers als Siem de Jong, die op fraaie wijze het eerste doelpunt maakte, en Christian Eriksen – voorbereidend werk bij de derde treffer van Dennis Rommedahl – aanstormende talenten zijn. Zij krijgen nu bij Ajax de gelegenheid te rijpen. Gregory van der Wiel, die het tweede doelpunt maakte, kreeg de afgelopen jaren de voorkeur boven aankopen als George Ogararu en Bruno Silva.

Om concurrent PSV een hak te zetten, dient het spelpeil van Ajax hoger te zijn dan gisteren tegen Sparta. Soms speelde de formatie van Jol heel efficiënt, soms heel slordig. Volgens de trainer kwam dat door de „akker” van Spangen zoals hij het slechte veld omschreef. Met name spits Marko Pantelic wekte ergernis met veel balverlies. Ajax mocht bovendien van geluk spreken dat Jan Vertonghen van de Belgische arbiter Allaerts een gele en geen rode kaart kreeg, toen hij Erik Falkenburg de weg naar het doel versperde. De verdediger zei de Spartaan nauwelijks te hebben geraakt en vond geel al zwaar bestraft.

Sparta-trainer Frans Adelaar kon er achteraf nog furieus over worden. In zijn optiek was deze overtreding bij een 2-0 stand het breekpunt in de wedstrijd. „Als de scheidsrechter een kaart geeft, kan dat er in zo’n situatie maar één zijn en dat is rood”, meende Adelaar. Hij was verder niet te spreken over het gebrek aan concentratie waarmee zijn verdedigers aan de wedstrijd waren begonnen. „In vergelijking met de afgelopen weken was mijn ploeg onherkenbaar. Ayodele Adeleye nam een bal in zijn eigen strafschopgebied aan op de borst om hem vervolgens over het doel te schieten. En doelman Aleksander Seliga liet een paar keer de bal door zijn handen glippen en werd gered door de paal. Dan gaat een aantal spelers heel angstig voetballen.”

Komend weekeinde wacht Sparta de belangrijke uitwedstrijd tegen Willem II. Bij een nederlaag zou de Rotterdamse ploeg op de ranglijst verder wegzakken richting nacompetitie. Adelaar, de twaalfde trainer op Het Kasteel in tien seizoenen, zegt het duel in Tilburg echter als elke andere te beschouwen en ontkent dat hij onder druk staat. „Zo’n sfeer is door supporters wel gecreëerd rondom de grote nederlaag [5-0] tegen VVV. Maar ik kan hier rustig werken en word gesteund door management en commissarissen.” Op de vraag wat zijn spelersgroep ontbeert om jonge talenten beter te laten renderen, zoals dat bij Ajax gebeurt, zwijgt de doorgaans spraakzame Adelaar. „Dat vertel ik liever niet.”