The Girls klinken als ouderwetse meidenband

Pop The Girls. Gehoord: 7/3 Paradiso, Amsterdam ****

Neem zo’n liedje als Laura. Als Cliff Richard het begin jaren zestig had gezongen, heette het een ‘tienerballade’; als Elvis Costello het eind jaren zeventig had geschreven, was het naïeve new wave, en nu de band The Girls in deze eeuw zo’n nummer als Laura schrijft en zingt, is het tijdloze schoonheid verpakt in een waas van lo-fi.

The Girls, gevormd rond zanger/gitarist Christopher Owens, komt uit San Francisco en is het afgelopen half jaar begonnen aan een voorzichtige internationale opmars. Op de debuut-cd, Album (2009), staan bijna uitsluitend nummers die klinken als composities uit de tijd van girl groups en surfmuziek: onschuldig en toegankelijk.

Christopher Owens groeide op bij de sekte Children of God waar radio en popmuziek verboden waren. Hij ontsnapte op zijn zestiende en was dakloos, totdat een mecenas hem onder zijn hoede nam. Wellicht is de langdurige onthouding van popmuziek de oorzaak van de ‘klassieke’ stijl van Owens’ liedjes.

Op Album verdoezelde Owens die toegankelijkheid door de opnamen groezelig te laten klinken. Maar tijdens het uitverkochte optreden, gisteravond in de bovenzaal van Paradiso, Amsterdam, bleken de liedjes live helderder. De gitarist had een sprankelende surfsound in zijn instrument, en Owens, van boven statisch maar voortdurend trappelend op zijn zilveren Dr. Martens-laarzen, heeft een aanstekelijke kreunstem die soms slaperig en soms uitdagend klinkt.

Dankzij een gierend orgel kreeg het liedje Summertime hier een make-over die het lang zal heugen: alsof er tien stofzuigers tegelijk werden aangezet.